Broek in Waterland meteoriet oorspronkelijk gemeld via Meteoriet Documentatie Centrum8 minuten leestijd

Al meer dan twintig jaar zet het Meteoriet Documentatie Centrum (MDC) van de Werkgroep Meteoren zich in voor het nalopen van meldingen van mogelijke meteorietvondsten. De reden is simpel: we vinden er in Nederland veel minder dan dat er neerkomen. Schattingen wijzen uit dat er jaarlijks gemiddeld één meteoriet van honderd gram of meer moet neerkomen in ons land. Desondanks kennen we uit de afgelopen 200 jaar maar vijf – en nu dus zes – meteorietvondsten. Niek de Kort, onze man achter het MDC, blikt terug op de melding van de ‘Broek in Waterland’ meteoriet.

Vaker meteoNiet dan meteoRiet

Het aantal meldingen bij het MDC wisselt sterk, afhankelijk van het feit of meteorieten (even) in de schijnwerpers staan van de media of niet. Maar gemiddeld betreft het drie meldingen per week (!) en dus gaat het in de afgelopen twintig jaar om duizenden meldingen. Helaas wordt vaak in het eerste contact al duidelijk dat het niet om een meteoriet kan gaan, maar dat het aards gesteente betreft. Vaak worden zogeheten ‘slakproducten’ – restanten van ertswinning en veel gebruikt bij het verstevigen van de ondergrond voor wegen en terreinen – voor meteoriet aangezien. In een enkel geval is de identificatie lastiger. Soms kan wel met zekerheid worden gezegd dat het geen meteoriet is, maar niet wat het dan wel is. Het materiaal is dan bijvoorbeeld te veel verweerd door de inwerking van weer en wind.

In veel gevallen zijn degenen die een vondst melden er zelf van overtuigd dat het een meteoriet is. Dan is het lastig om het tegendeel aannemelijk te maken, vooral ook omdat een simpele vergelijking met foto’s van meteorieten op het internet nu niet bepaald een betrouwbare analyse oplevert. Het is, eerlijk gezegd, best lastig en alleen door heel veel gevallen te bekijken raak je er bedreven in. En ja, het is ook een lesje in geduld. Steeds maar weer hopen op een echte meteoriet, en steeds weer ‘mis’.

De Diepenveen meteoriet kwam destijds aan het licht door de ontdekking van Henk Nieuwenhuis, die de steen voor het eerst zag bij de buren op een camping. Hij meldde hem daarna direct bij het MDC en daar kon worden vastgesteld dat het inderdaad om een (zeer bijzondere) meteoriet gaat. Deze vondst raakte dus niet bekend via een directe melding na een meteorietval, en Henk was natuurlijk al een kenner.

Opwinding en verbazing

Bij de zesde Nederlandse meteoriet  liep het anders dan met de Diepenveen. Ik was op reis in het buitenland toen 28 januari 2017 de telefoon ging. Ik kreeg iemand uit de omgeving van het Noord-Hollandse dorp Broek in Waterland aan de telefoon. Ze hadden gezien dat een dakpan van het tuinhuisje kapot was. De eigenaar repareerde het eigenhandig en ontdekte daarbij een zwarte steen, verstrikt in de resten van de panlatten. De vraag wat de steen zou zijn bleef de bewoners intrigeren, maar het ontbrak aan tijd om er meer mee te doen. Twee weken later begon het toch wat te knagen. Een korte zoektocht op internet leverde de mogelijkheid van een meteoriet op. Maar was dat ook zo? Dezelfde zoektocht leidde naar de website van de Werkgroep Meteoren. Daar was een meldpunt om hun vondst te melden en er meer van te weten te komen.

“Even later kreeg ik de mail binnen en bij de eerste foto … opwinding en verbazing! Dat kon (bijna) niet anders zijn dan een meteoriet.’ – Niek de Kort

Het verhaal was snel verteld door de eigenaren van het tuinhuisje. Het klonk mij wel authentiek, vooral ook omdat de beller volslagen onbekend was met het fenomeen. Ik vroeg hen om een paar foto’s te maken van het materiaal, met in beeld een meetlat, en het ook even te wegen. Vervolgens stuurden ze die naar een speciaal emailadres. Even later kreeg ik de mail binnen en bij de eerste foto … opwinding en verbazing! Dat kon (bijna) niet anders zijn dan een meteoriet. Ook de andere foto’s bevestigden dat idee. Was het nou echt waar? Voordat ik ook maar iets verder zou doorsturen deed ik eerst een check: was er in dat bewuste weekend misschien een vuurbol gesignaleerd? Al snel bleek dat dit het geval was: op 11 januari aan het einde van de middag. Geen fotografische vastlegging, want het was nog (net) te vroeg voor de videostations en allsky-camera’s. Wel waren er enkele tientallen visuele meldingen gemaakt via het vuurbolmeldpunt en later bleek er ook nog een dashboard-camera registratie vanuit België te zijn. Een snelle analyse leerde dat een mogelijke meteoriet ‘ergens ten noorden van Amsterdam’ neergekomen zou kunnen zijn. Het plaatje raakte compleet en het paste.

Wat gebeurt er dan daarna?

Direct de pers inschakelen, was in dit stadium nog niet aan de orde. Immers,  het wetenschappelijk onderzoek om de vondst te classificeren stond voorop. Ik gaf mijn bevindingen en de foto’s door aan twee personen: Leo Kriegsman (Naturalis, Leiden) en Marco Langbroek (tijdelijk ook Naturalis, Leiden). Naturalis is sinds de herontdekking van de Diepenveen meteoriet als enige in ons land geaccrediteerd om meteorieten uit de internationale database te bewaren. Daarnaast is het ook een onderzoeksinstituut dat meteorieten kan onderzoeken. Leo is hoofd van de bettreffende afdeling. En Marco geldt als een gedegen meteorietexpert met een achtergrond in de archeologie. Wij drieën vormen een team en stonden ook aan de basis van het onderzoek aan de Diepenveen meteoriet.

Samen met Leo bezocht Marco de vinders. Voor de goede orde: de meteoriet is hun eigendom en voor alles wat daarna gebeurt moeten ze toestemming geven. We mochten de steen lenen voor onderzoek en classificatie en bovendien 20 gram afnemen van de circa 530 gram zware meteoriet. Dat is zelfs noodzakelijk om de meteoriet zijn uiteindelijke officiële benaming te geven, anders blijft het een officieuze vondst. Inmiddels weten we dat het om een gewone steenmeteoriet gaat, een type L6 chondriet. De vinders vertelden nog iets: ‘wij willen volkomen anoniem blijven’. Daarom geven we, ook nu, geen namen en geen locatie prijs. We besloten ook om voorlopig het geheel uit de publiciteit te houden.

Bekendmaking van de meteorietvondst op 26 juni (vlnr): Marco Langbroek, Leo Kriegsman en Niek de Kort met de Broek in Waterland meteoriet bij Naturalis. Foto: Niek de Kort.

Zoekacties

Marco maakte vervolgens een nauwkeurigere analyse van de visuele meldingen en bepaalde waar rondom de vindplaats er mogelijk nog ander fragmenten konden liggen. Zo kregen we de mogelijkheid – mede door de logistieke voorbereiding van Felix Bettonvil en anderen – om de omgeving af te zoeken. Denk er niet te licht over: je moet achterhalen wie de landeigenaren zijn, overal eerst vooraf toestemming vragen, en vervolgens de daadwerkelijke zoekactiviteiten coördineren met de betreffende landeigenaar. En dat is precies wat Marco, Felix en anderen deden. We waren natuurlijk ook voorbereid op de nieuwsgierige vragen van omwonenden. Al snel bleek dat niemand ook maar iets had gemerkt of vermoedde.

Voor het uitkammen van de tientallen hectare land konden we een dankbaar beroep doen op leden van de Werkgroep Meteoren, Dutch Meteor Society en andere vrijwilligers. Zonder hun inzet is het zoeken naar meteorietfragmenten in Nederland simpelweg niet mogelijk. Het zoeken was echter niet gemakkelijk en fysiek vermoeiend door de koude weersomstandigheden en de drassige, zompige veenbodems in het gebied. Alle inspanningen in het veld leverde na enkele weken zoeken helaas niets op. De kans werd vooraf al klein geacht en dit bevestigde eigenlijk wat we al vermoedden: de Broek in Waterland meteoriet bestaat uit slechts één individuele steen.

Het werk achter de schermen

Achter de schermen gebeurt er natuurlijk nog veel meer. Het Space Security Centre (SSC) van de Koninklijke Luchtmacht doorzocht bijvoorbeeld de dopplerweerradar en de militaire vluchtradargegevens op mogelijke reflectiesignalen van vallende meteorietfragmenten. Dat leverde echter geen extra aanwijzingen op voor de zoekacties. En voorafgaande aan het zaagwerk voor het afnemen van de benodigde 20 gram voor onderzoek, maakte Sebastiaan de Vet een 3D-model van de meteoriet. Zo kon de oorspronkelijk vorm vóór het zaagwerk nauwkeurig gedocumenteerd worden.

Waarom is uiteindelijk pas in juni de publiciteit gezocht? Wij wilden eerst in alle rust al het benodigde onderzoek doen en niet het risico lopen dat de zoekactiviteiten en gemaakte afspraken met landeigenaren werden verstoord door ‘gelukzoekers’, waaronder speurders met metaaldetectoren, handelaren en dergelijke. Zodoende dat we opteerden om het nieuws van de meteorietvondst binnen een beperkte kring te houden. Dat kwam de kwaliteit van de zoekacties en het bovengenoemde onderzoek zeker ten goede. Op 26 juni was het moment daar om de vondst wereldkundig te kunnen maken. Naturalis en de vinders zullen nu verder overleggen wat er met deze meteoriet gaat gebeuren.

Bovenstaande werkwijze staat eigenlijk ‘model’ voor wat er gebeurt na een succesvolle melding bij het Meteoriet Documentatie Centrum. Het geeft aan waar onze prioriteit ligt: gedegen onderzoek met de verschillende stakeholders om veilig te stellen al datgene wat dit bijzondere materiaal ons te vertellen heeft.

 


Niek de Kort bestiert al ruim twintig jaar het meteorietenmeldpunt van de Werkgroep Meteoren. Daarnaast is hij voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (KNVWS).

Heb je een vuurbol gezien, maak dan altijd een melding via het vuurbolmeldpunt van de Werkgroep Meteoren. Zoals je ziet, kan jouw melding bijdragen aan het zoeken naar nieuwe meteorieten.