Telescopisch waarnemen

Je leest het goed, meteoren waarnemen met een telescoop of verrekijker. Het is niet een waarneemtechniek die je direct associeert met het kijken naar meteoren. Meteoorwaarnemers zeggen immers al te vaak dat je voor het kijken naar meteoren ‘zeker geen verrekijker of telescoop nodig hebt’. Toch zijn er enkele voordelen om met optische ondersteuning naar meteoren te kijken.

Laten we voorop stellen dat het kijken naar meteoren met een vergrotend instrument, zoals een telescoop of verrekijker, geen populaire en veelgebruikte techniek is. Toch besteden we er hier aandacht aan, omdat deze waarneemtechniek wel nauwkeuriger is dan het blote oog zodra je wilt bepalen waar de meteoren vandaan komen (de radiant). Als je erover nadenkt is dat gegeven niet zo verwonderlijk. Neem als voorbeeld de cameraopstelling van het CAMS-videonetwerk. Dankzij het kleinere beeldveld van de 12 mm lens kan nauwkeurig worden bepaald waar de radiant ligt van o.a. zwakke meteoren. Die excercitie is een stuk lastiger (lees: minder nauwkeurig) als je een allsky-camera gebruikt die de gehele hemel bekijkt en vooral gevoelig is voor de helderste meteoren.

Praktische overwegingen

Er zijn ook een aantal praktische reden waarom optische ondersteuning interessant kan zijn voor het visueel waarnemen. Brildragers hebben bijvoorbeeld een kleiner beeldveld dan niet-brildragers, waardoor zij op een kleiner deel van de hemel scherp zicht op meteoren hebben. Ook de alertheid op beweging in het gezichtsveld kan van persoon tot persoon verschillen. Het beeldveld waarbinnen we bovendien ‘actieve aandacht’ hebben, ligt ergens rond de 20°-30°. En wat te denken van het waarnemen door gaten in een wolkendek? Daar komt ook nog bij dat we in lichtvervuilde stedelijke gebieden per definitie minder meteoren zien; de zwakste meteoren worden voor het blote oog simpelweg overstraald door de hoge hemelhelderheid. Om dit soort redenen kan het gebruik van een instrument met een kleinere beeldveld maar mét een groter lichtopvangend vermogen een aantrekkelijke optie zijn om toch zoveel mogelijk meteoren te zien.

Tijdens de actiefste meteorenzwermen, zoals de Perseïden (PER) en de Geminiden (GEM), heeft het echter weinig toegevoegde waarde. Veel meteoren van deze zwermen zijn helder en als je naar hun populatieindex kijkt (de verhouding tussen heldere en zwakke exemplaren), dan blijkt ook dat het totale aantal zwakke meteoren laag is. Dat geldt niet voor alle meteorenzwermen. De Zuidelijke Delta-Aquariden (SDA) is een zwerm waarvan veel meteoren onder de grensmagnitude van het menselijk oog liggen. Met behulp van een telescopisch instrument kun je die zwakkere meteoren dus juist beter waarnemen. Vooral voor de zwakkere meteoren kan het telescopisch waarnemen interessant zijn.

Keuze van telescoop of verrekijker

Gebruik een kleine telescoop (een zogenaamde ‘rich-field’ kijker) of een verrekijker met een groot beeldveld. Bedenk dat voor beide soorten instrumenten geldt dat hoe groter de diameter (opening) van de kijker is, of de hoe hoger de vergroting, hoe minder je van de sterrenhemel ziet. Dat vertaalt zich dus ook in minder meteoren. Zodoende zijn groothoekverrekijkers zoals de Vixen SG of Omegon (2,1×42) en de Kasai Widebino 28 (2,3×40) een interessante keuze. Ze staan met hun grote beeldveld van 28°-30° en lage vergroting te boek als ‘melkwegkijkers’ en bieden op dondere plekken verbluffende perspectieven op de melkweg. Het zijn bij uitstel kenmerken waarmee deze lichttrechters je in staat stellen om meer licht van zwakke sterren en meteoren op te vangen voor een respectabel deel van de hemel.

Groothoekverrekijkers. Links de Vixen SG (2,1 x 42) (de Omegon variant is vergelijkbaar) en rechts de Kasai Widebino 28 (2,3 x 40). Vanwege het optisch ontwerp, is het raadzaam voor brildragers om vooraf te testen of ze in focus kunnen komen met de dioptrie-correctie van de oculairen. Foto’s: Fixen en Kasai.

Waarneemtips

Ga je recreatief aan de slag dan ligt een goed richtpunt voor je verrekijker of telescoop rond de 25°-30° naast de radiant op een hoogte van 35°-65° boven de horizon. Wil je juist de radiant van een meteorenzwerm bepalen, kijk dan op verschillende hoeken (afstanden) rond de radiant naar meteoren. Wissel elke 20-30 minuten van plek en geef tussendoor je ogen even rust.  Je waarnemingen leg je het makkelijkste vast door op papier de meteoren in te tekenen. Gebruik onze gnomonische kaarten of teken in een cirkel de helderste sterren in het beeldveld na en trek (eventueel met lineaal) de lijnen van de lichtsporen. Geef daarbij de bewegingsrichting aan, nummer elk spoor en beschrijf de kenmerken zoals de helderheid, snelheid en kleur van het spoor. In een gnominische sterrenkaart kun je handig alle ingetekende sporen doortrekken en zo het snijpunt bepalen; dit is de radiant.

Probeer eventueel ook de grensmagnitude van je beeldveld te bepalen aan de hand van de zwakst zichtbare sterren, of met behulp van drempelvelden. Net als met het blote oog bepaalt de grensmagnitude hoeveel meteoren je kunt zien. De aantallen die je met een verrekijker ziet, zullen overigens ruwweg vergelijkbaar zijn als met het blote oog. Het aantal zwakke meteoren dat nu wel zichtbaar is, compenseert namelijk voor het kleinere beeldveld.

Kansen voor Nederlandse meteoorwaarnemers

Op papier klinkt deze waarneemtechniek als een interessante toevoeging aan het pallet van waarneemtechnieken voor meteoorwaarnemers. In Nederland zijn er echter nog weinig waarnemers op deze manier actief met het meteoorwaarnemen. Hier liggen dus veel kansen om verder in kaart te brengen of er in ons land een meerwaarde is voor bijvoorbeeld groothoekverrekijkers voor de visuele meteoorwaarnemer. Beschouw dit artikel dus vooral als een oproep. Wellicht is dit een leuke uitdaging voor jou?


Bron \\ Telescopic meteor observing, van de meteorenwerkgroep van de Society for Popular Astronomy (VK)

Interessant? Deel deze pagina:
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Pin on Pinterest
Pinterest
Print this page
Print
Email this to someone
email