Kunstmatige meteoren

Fritz Zwicky (1889-1974) was een Zwitserse natuur- en sterrenkundige, die in 1943 hoofd van het onderzoeksdepartement werd van de toen nieuwe ‘Aerojet Engineering Corporation in Pasadena’ (Californië). Na de Tweede Wereldoorlog maakte hij deel uit van het Amerikaanse team dat naar Europa kwam om de Duitse rakettechologie te bemachtigen. Die technologie gebruikte hij later om kunstmatige meteoren te onderzoeken.

Toen Fritz Zwicky weer terug was in de Verenigde Staten begon hij uit te zoeken hoe de Duitse V2-rakettechologie kon worden ingezet voor de bestudering van  de hogere lagen van de aardatmosfeer. In die tijd werden de eigenschappen van de buitenste lagen van de dampkring onder meer gekarakteriseerd door het waarnemen van meteoren. Die methode had de nodige haken en ogen, en daarom stelde Zwicky voor kunstmatige meteoren te creëren, met behulp van raketten.

Kunstmatige meteoren met bekende eigenschappen

Met behulp van een raket, zo redeneerder Zwicky, kon een explosieve lading tot op grote hoogte worden gebracht, waarna de lading bij ontploffing metaalslakken wegslingert met een hypersnelheid. Die snelheid is vergelijkbaar met de 10 tot 15 kilometer per seconde waarmee de detonatiegolf van het explosief voortbeweegt. Een dergelijk hoge snelheid is voldoende om een kunstmatige meteoor te verkrijgen, waarvan de massa en samenstelling exact bekend is; aldus kan nauwkeurig de fysische en chemische eigenschappen van de dampkring op hoogten van 40 tot 110 kilometer worden bepaald.

Van tegenslag naar succes

De eerste proefneming met een explosieve lading gebeurde op 17 december 1947 met een van de Duitsers geconfisqueerde V2-raket. De kunstmatige meteoren die hij zou veroorzaken, zouden door telescopen op de grond kunnen worden waargenomen. Hoewel de V2-raket de beoogde hoogte van 188 kon bereiken, gingen de explosieve ladingen niet volgens planning af op hoogten van 37, 46 en 55 kilometer; de proef mislukt.

Jaren van meer testen volgden. In 1955 waren er succesvolle proeven met gebruikmaken van grote-hoogte-ballonnen. Deze successen maakten de weg vrij voor nieuwe experimenten met een raket, waarbij deze keer de tweetraps Aerobee-sondeerraket (onderzoeksraket) werd ingezet.

Op 16 oktober 1957 was het eindelijk zover. Een Aerobee-raket met het kunstmatige-meteoorexperiment aan boord, werd gelanceerd vanaf Holloman Air Force Base in New Mexico. Na 45 seconden was de tweede trap door zijn brandstof heen en klom de raket verder. Tien seconden later, op 56 kilometer hoogte, werd de experimentele lading afgescheiden. Na 36 seconden ontplofte die lading op ongeveer 85 kilometer hoogte. De flits die daarop volgde, kon gemakkelijk worden waargenomen, niet alleen met camera’s en telescopen in de omgeving, maar ook met de 46 centimeter en 1,2 meter Schmidt-telescopen van Mount Palomar Observatory, 1000 kilometer verderop. Die registreerden een groene flits van magnitude -5 tot -6.

Kunstmatige meteoor. De helderste lichtvlek op de opname is de kunstmatige meteoor die op 16 oktober 1957 met een Aerobee-sondeerraket werd veroorzaakt. Volgcamera’s wezen uit, dat ten minste één jet (bij pijl) de aarde ontsnapte en in een baan om de zon terechtkwam. De foto werd op 24 november 1957 door het ANP en andere persbureaus wereldkundig gemaakt. Foto: uit het archief van Sterrenwacht Halley.

In een baan om de zon

De explosie op 16 oktober veroorzaakte twee jets met aluminium kogeltjes, die met hypersnelheid uitdijden. Een ervan ging trager dan de ander, zo’n 3 tot 5 kilometer per seconde, en boog af naar de aarde; deze jet bestond uit zwaardere metalen slakken. De snellere en ook helderste jet had een snelheid van ten minste 15 kilometer per seconde. Aangezien de dampkring op 85 kilometer hoogte uiterste ijl is, is zo goed als zeker dat sommige van deze deeltjes boven de ontsnappingssnelheid van de aarde (11,2 kilometer per seconde) zijn uitgekomen en in een baan om de zon zijn aanbeland. Het onderzoek aan de dampkring door middel van kunstmatige meteoren, bracht dus een onverwachte primeur voor de Verenigde Staten met zich mee: de lancering van de eerste door mensen vervaardigde voorwerpen in een baan om de zon. Dat gebeurde twaalf dagen nadat de Russen de eerste kunstmaan, Spoetnik 1, in de kosmos brachten en daarmee het begin van het ruimtevaarttijdperk inluidden.

Het experiment van Zwicky met kunstmatige meteoren werd een groot succes. Maar zijn plannen om met zijn verbeterde technologie een bijdrage te leveren aan de verkenning van de ruimte legden het af tegen meer conventionelere rakettechnologie die voor dat doel werd ontwikkeld. Zwicky’s experiment bleek slechts een interessante voetnoot te zijn bij de ontstaansgeschiedenis van het ruimtetijdperk.

Kunstmatige meteoren op bestelling

Decennia later is er een nieuwe toepassing van kunstmatige meteoren bedacht en wel door een bedrijf in Tokio, ALE genaamd, dat zich presenteert als ‘Creator of the world’s first artificial shooting star creation technology’. Het bedrijf is opgericht door de ondernemer Lena Okajima, die op het idee kwam toen hij eind jaren 90 als student sterrenkunde de Leonidenregens zag.

ALE bereidt een spectaculair hemels vuurwerk voor, dat in 2020 boven de hoofden van de inwoners van Hiroshima zal worden ontstoken. ALE ontwikkelt sinds 2011 een technologie die het mogelijk maakt ‘vallende sterren’ na te bootsen door vanuit microsatellieten in een baan om de aarde kleine balletjes de dampkring in te sturen. Door de wrijving met de luchtmoleculen verbranden de balletjes, waarbij zij een heldere lichtgloed in allerlei kleuren uitzenden. Op deze wijze wordt een prachtige kleurrijke meteorenregen gesimuleerd, die op de grond in een gebied van 200 kilometer in diameter kan worden waargenomen. De balletjes verbranden helemaal, en vormen dus geen risico op de grond. Als deze meteorenshow een succes wordt in Hiroshima, zal die waarschijnlijk ook elders in de wereld worden vertoond.

Bronnen:

 


Tekstbijdrage: Urijan Poerink

Algemene Ledenvergadering 2018 en Winterborrel

Traditiegetrouw houdt de vereniging in de eerste weken van het jaar een nieuwjaars- of winterborrel in cafe Lijn 4 in Utrecht. Op 3 februari j.l. werd deze voorafgegaan door een algemene ledenvergadering.

Algemene ledenvergadering

Na een korte terugblik op het voorbije jaar, werden de financiën besproken. De penningmeester had ter inzage de kasboeken mee en besprak de huidige stand van zaken; 2017 werd met positief resultaat afgesloten. In samenspraak met de aanwezige leden is tevens een begroting vastgesteld waarin, naast de vaste lasten, ook budget beschikbaar is voor een nieuwe instrumentatieproject en het inslaglustrum van de Utrechtmeteoriet.

Dat laatste is een van de activiteiten in 2018 die uitvoeriger werd besproken. Op 2  juni 2018 is het 175 jaar geleden dat een meervoudige meteorietinslag plaatsvond in Utrecht. De werkgroep wilt bij dit 35ste inslaglustrum extra stil staan en zal in samenwerking met sterrenwacht Sonnenborgh in Utrecht hier een gezamenlijk evenement voor ontwikkelen. In de vergadering werden daarom enkele mogelijke initiatieven besproken.

Naast het inslaglustrum staan er in 2018 nog meer dingen op stapel. De grote meteorenzwermen in augustus en december pakken weer goed uit qua maanstand en bieden goede kansen voor waarneemacties in Nederland en daarbuiten. In maart organiseert de Jongeren Werkgroep Sterrenkunde (JWG) een waarneemweekend waar o.a. meteoorwaarneemtechnieken aan bod komen. Het is een mooie gelegenheid om ook een jongere generatie waarnemers enthousiast te maken voor de meteoorastronomie. Ook de CAMS-dag en de meteorendag bieden dit jaar weer uitgelezen kansen om ervaringen uit te wisselen. En om het lijstje aan te vullen, werd in de vergadering het plan gemaakt om na de succesvolle excursie van vorig jaar, weer een voorjaarsexcursie te organiseren.

Bestuursmutatie

Afgelopen jaar heeft bestuurslid Roy Keeris kenbaar gemaakt te willen stoppen als secretaris van de Werkgroep. Sindsdien heeft Sebastiaan de Vet als secretaris ad-interim de werkzaamheden van Roy waargenomen. Tijdens de ALV is daarom het voorstel aan de leden voorgelegd om Sebastiaan aan te stellen als secretaris van de Werkgroep. Dit voorstel werd unaniem aangenomen. Met deze bestuursmutatie is er een vacature beschikbaar gekomen in het bestuur. Hiervoor zal in de loop van februari een vacature geplaatst worden op de website en onze sociale media.

Winterborrel

Na de afronding van de ALV sloten nog enkele leden aan voor de Winterborrel. Dankzij de informele sfeer deden al snel leuke en enthousiaste verhalen de ronde over meteoorwaarnemingen, meteorieten en andere facetten van onze brede hobby.

Het illustreert de verbindende factor die de Werkgroep kan zijn voor meteoorwaarnemers en -liefhebbers in Nederland. Het bestuur wilt zich daarom in 2018 weer actief blijven inzetten voor deze ‘community building’ door het organiseren van aantrekkelijke activiteiten en acties voor de leden. Heb je leuke ideeën of wil je als werkgroeplid ergens aan bijdragen, dan stellen we dat natuurlijk zeer op prijs! We zijn immers een werkgroep vóór en dóór meteoorwaarnemers en -liefhebbers.

Jaaroverzicht 2017

Terwijl op oudejaarsdag de uren en minuten langzaam wegtikken naar het nieuwe jaar, blikken we voor meteoorminnend Nederland terug op enkele hoogtepunten van het afgelopen jaar.

Zo op het eerste gezicht is 2017 het jaar van vuurbollen en meteorieten. Op verschillende manieren waren dit de thema’s die ons opvielen omdat ze met kop en schouders boven de gebruikelijk waarneemactiviteiten uitstaken. Als we een aantal hoogtepunten van het afgelopen jaar op een rij zetten, zien we óók dat dit jaar erg divers was.

Meteorietzoeken rondom een abdij

Het jaar 2017 was nog maar nét begonnen en er diende zich op 3 januari een bijzondere vuurbol aan boven Antwerpen (B). Na het doorrekenen door o.a. de Werkgroep, Dutch Meteor Society en het Ondrejov Observatory van beelden gemaakt vanuit België en Nederland bleek dat de vuurbol mogelijk een meteoriet had opgeleverd. Belgische meteoorwaarnemers organiseerden daarom op zondag 29 januari een eerste zoektocht naar mogelijke meteorietfragmenten in de omgeving van de Westmalle Abdij (inderdaad, bekend van het speciaal bier). Verschillende Nederlandse meteoorwaarnemers zochten ook mee, maar deze zoekactie bleef zonder resultaat. Dit is eerder regel dan uitzondering, want het meteorietzoeken in de lagen landen ís nu eenmaal erg moeilijk. De bodemgesteldheid en vegetatie werken niet mee aangezien ze meteorieten makkelijk aan het zicht onttrekken. Evengoed zijn dit soort zoekacties fijne buitenactiviteiten waarbij je velden afstruint op zoek naar een bijzonder stukje steen uit de ruimte. Sociaal, gezellig én voor een goed doel. Een aanrader om een keer mee te maken.

Meteorietzoeken rondom de abdij van Westmalle. Zoekacties in Nederland en België zijn moeilijk omdat de bodemgesteldheid en vegetatie succes bemoeilijken, maar dat maakt ze niet minder leuk om aan deel te nemen. Foto: Sebastiaan de Vet

De zesde meteorietvondst in Nederland

Krap een week na de zoekactie in België bleek dat het bergen van meteorieten ook heel anders kan verlopen. Op 11 januari raakte een steenmeteoriet van ruim een halve kilo het dak van een tuinhuisje in het Noord-Hollandse Broek in Waterland. De inslag vond plaats in de schemering en zodoende waren er geen camera’s van de landelijke waarneemnetwerken actief. Er waren daarnaast ook geen andere waarnemingen (afgezien van enkele vuurbolmeldingen en één dashcamvideo) die konden leiden tot een zoekactie. De meteoriet vond toch zo’n twee weken later via een andere route zijn weg naar de bekendheid. De vreemde vondst werd door de vinders gemeld bij het Meteorieten Documentatie Centrum (MDC, het meteorietenmeldpunt van de Werkgroep), waar Niek de Kort het fragment herkende als meteoriet en vervolgens Naturalis inseinde voor de vervolgstappen. In de weken na de aanvankelijke herkenning liepen verschillende meteoorwaarnemers, studenten en andere vrijwilligers door de zompige veengronden in de weilanden rond Broek in Waterland op zoek naar mogelijke andere fragmenten. Wederom, zonder resultaat. Van de meteoriet is inmiddels een klein deel afgenomen voor onderzoek bij Naturalis door o.a. Marco Langbroek en Leo Kriegsman. De rest van de meteoriet is terug naar de vinders. Lees het relaas van Niek de Kort over de ontdekking van de meteoriet.

De ‘Broek in Waterland’ meteoriet. De steenmeteoriet is een gewone chondriet, type L6 van 530 gram. Foto: Sebastiaan de Vet

Meteorietberging is ‘hot’

In maart startte het FRIPON-NL netwerk in Nederland, op initiatief van het meteooronderzoekers van ESA-ESTEC in Noordwijk. Van origine is FRIPON een Frans videowaarneemnetwerk bedoeld voor het waarnemen van vuurbollen en het bergen van meteorieten. Het meteorietbergen krijgt onder landelijke en internationale meteoorwaarnemers steeds meer aandacht. De ontwikkeling van de infrastructuur van FRIPON maakt het mogelijk om na gelijktijdige vuurbolwaarnemingen snel de banen en strooivelden uit te rekenen voor het opstarten van zoekacties. In maart werd het eerste station in Noordwijk actief en in november volgde de tweede in Oostkapelle. De uitbreiding van het videonetwerk gaat onverminderd door in 2018 met de toevoeging van een camera op de waarneempost van de werkgroep in Dwingeloo en de plaatsing van camera’s in Benningbroek en Denekamp. Zo ontstaat een bijna landelijk dekkend waarneemnetwerk dat complementair is aan de bestaande waarneeminitiatieven. De allsky-camera’s leggen immers al jaren met succes en met grote nauwkeurigheid vuurbollen vast. Het bijkomend voordeel van FRIPON is dat het netwerk ook overdag en in de schemering heldere vuurbollen kan vastleggen. Dat is een mooie bijkomstigheid, want de kans op een dropping is dan het grootst: de laatste twee meteorieten in Nederland (Glanerbrug en Broek in Waterland) vielen juist in de avondschemering.

Oog in oog met een gesteentegrens

Zaterdag 13 mei bezocht de Werkgroep Meteoren de Geulhemmergroeve in Limburg. Een ondergrondse locatie lijkt niet de meest voor de hand liggende keus voor een excursie met meteorenliefhebbers, maar het bleek juist een ongekend perspectief te geven op de gevolgen van inslagen die wij zelden meemaken. In het ondergrondse gangenstelsel van de Geulhemmergroeve is de Krijt-Paleogeengrens ontsloten. Het markeert een overgang tussen twee geologische tijdperken en de gesteentegrens is vooral bekend omdat deze samenvalt met de planetoïdeinslag en de daaropvolgende massa-uitsterving die 66 miljoen jaar geleden plaatsvonden. Verschillende werkgroepleden, waaronder enkele nieuwe leden, verzamelden zich op een warme zaterdagmiddag voor het imposante hekwerk van de groeve. Met petroleumlampen baande de groep zich vervolgens achter de gids aan een weg door het donkere, koude gangenstelsel. In een van de gangsegmenten  heeft het gesteente een zéér opmerkelijke verandering vastgelegd. We belandden in een deel van het gangenstelsel dat normaal afgesloten is voor andere gebruikers en bezoekers van de groeve. Het is alleen toegankelijk bij speciale gelegenheden of voor speciale groepen; voor deze gelegenheid was dat de Werkgroep Meteoren. Nadat het hekwerk openzwaaide en de petroleumlampen ook deze gang verlichtten, zagen we gesteentekleuren en -structuren die we nog niet eerder in de gangen tegenkwamen.

Uitleg bij de Krijt-Paleogeengrens. Op grond van textuurveranderingen en andere materiaaleigenschappen legt de gids uit hoe de overgang van de tijdperken en de effecten van de inslag zijn vastgelegd in het gesteente. Foto: Sebastiaan de Vet.

Het blijken de kleilagen van de Krijt-Paleogeengrens te zijn (voorheen bekend als de Krijt-Tertiairgrens). De feitelijke overgang tussen het Krijt en Paleogeen wordt gemarkeerd door de overgang van lichtgele kalksteen naar grofkorreliger materiaal. De markante kleilagen zijn onderdeel van de Krijt-Paleogeengrens en weerspiegelen de effecten van klimaatverandering als gevolg van een reusachtige inslag. Een groot voordeel van een ondergrondse groeve als Geulhem is er dat in de groeve niet meer actief kalksteen wordt gewonnen. Zo blijven deze plekken decennialang ontsloten. Dankzij het gangenstelsel is ook de ruimtelijke variatie van de grens zichtbaar. De decimeters dikke laag is ook veel dikker dan de centimeter(s) dikke laag die je in veel andere landen vindt. Het geeft een uniek beeld van de dynamiek waarin deze afzettingen op de zeebodem ontstonden. De plek is daarom geliefd bij wetenschappers van over de hele wereld die de groeve graag aandoen. Ook voor ons was de Geulhemmergroeve een ondergrondse toplocatie om de Krijt-Paleogeengrens  te bezichtigen.

Poteeto-potaato?

Meteoroïde, meteoor, meteoriet, het klinkt allemaal verwarrend vergelijkbaar, toch? Zelfs de beste astronomen halen de termen nog wel eens door elkaar. Waar gebruiken je welke term voor? De International Astronomische Unie (IAU) heeft dit jaar de basislijst met begrippen die van toepassing zijn op de meteoorastronomie opnieuw vastgesteld. Het biedt een leidraad voor het gebruik van de correcte terminologie in zowel de (populair-)wetenschappelijke literatuur als dagelijkste taalgebruik. Lees hier onze Nederlandse vertaling.

De ‘Lubach’-vuurbol en andere vuurbollen in Europa

Donderdagavond 21 september 2017 rond 21.00 uur verscheen een heldere vuurbol boven Nederland. Via de website en sociale media versloegen we de ontwikkelingen (lees het artikel). De vuurbol werd door verschillende automatische fotocamera’s en videosystemen vastgelegd. Bij het internationale vuurbolmeldpunt van IMO zijn ruim 470 meldingen binnengekomen vanuit Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en Engeland. Het uitzonderlijk grote aantal meldingen plaatst de vuurbol internationaal in de top 5 van vuurbollen die dit jaar (2017) werden gemeld bij het vuurbolmeldpunt. Geen enkele vuurbol die eerder boven de Benelux verscheen, leverde eerder zoveel meldingen op. Meteoorwaarnemer Felix Bettonvil gaf in verschillende media toelichting over de vuurbol, maar zat zelf (net als veel Nederlandse meteoorwaarnemers) bij de internationale meteorenconferentie in Servië. Die bijzondere samenloop van omstandigheden kwam daarom ook even aan bod in het satirische TV-programma Zondag met Lubach (klik om de video te openen). In de wandelgangen staat deze vuurbol sindsdien ook bekend als de ‘Lubach-vuurbol’. Elders in Europa verschenen dit najaar overigens ook spectaculaire vuurbollen aan de hemel die veel ooggetuigenverslagen opleverden. Waarnemers in Scandinavië en Duitsland mochten zich gelukkig prijzen met wellicht de mooiste vuurbollen van het jaar.

Vuurbol van 21 september 2017, vastgelegd vanuit Twisk. Foto: Marco Verstraaten

Internationale meteorenconferentie in Petnica, Servië

We noemden het hiervoor al, ook dit jaar was de internationale meteorenconferentie (IMC) weer een groot succes. Vorig jaar organiseerden we de conferentie nog in Nederland, maar dit keer viel de eer te beurt aan Petnica, Servië. Het IMC is dé gelegenheid waar je bijgepraat wordt over de laatste wetenschappelijke en amateurwetenschappelijke initiatieven, studies en waarneemtechnieken. Zo bleek in een vol programma van 21-24 september dat internationaal het meteoorwaarnemen in de lift zit, zowel onder professionals als amateurs. Lees hier een korte impressies van het IMC2017 in Petnica.

Nederlands-Belgisch onderonsje

Na het internationaal samenzijn in Petnica, vond op zondag 15 oktober de Meteorendag der Lage Landen plaats bij Sterrenwacht Halley. Meteoorwaarnemers uit Nederland en België kwamen er bijeen om bijgepraat te worden over recente waarnemingen, nieuwe ontwikkelingen en toekomstige waarneemacties. Niek de Kort blikte terug op de talrijke meldingen van mogelijke meteorietvondsten die jaarlijks binnenkomen bij het meteorietenmeldpunt van de Werkgroep (het eerder genoemende ‘MDC’). Daarnaast gaf hij een idee van de werkwijze bij een potentieel echte vondst aan de hand van de werkwijze met de Broek in Waterland meteoriet. Joe Zender, werkzaam bij ESA-ESTEC, onderzocht de mogelijkheden om met drones vanuit de lucht naar meteorieten te zoeken en presenteerde enkele bevindingen. Koen Miskotte liet op fascinerende wijze zien dat je uit het aantal meteoren dat je met het blote oog ziet, in het tijdsbestek van enkele dagen heel duidelijk de verschillende stofsporen kunt herkennen. Ook zijn waarnemingen van vuurbollen en meteoren vanaf Kreta toonden de kracht van het visueel waarnemen in een tijdperk waarin digitale waarneemmiddelen de boventoon voeren. Een van die digitale snufjes is de Sony A7s waar Klaas Jobse zijn ervaringen over deelde. “Vooral een leuk speeltje”, maar wel een waarmee je met hoge lichtgevoeligheid (42.000 ISO) meteoren kunt filmen. Casper ter Kuile blikte terug op de ‘trimultaan’ waarneemactie van de Geminiden in 1990 waar er vele strekkende meters nat-chemische fotografische film werden volgeschoten met camerabatterijen die in de Zuid-Franse Provence stonden opgesteld. Van meteoren kunnen soms ook restanten in de vorm van micrometeorieten op aarde belanden. Sebastiaan de Vet belichtte de kenmerken van deze kleine bolvormige kosmisch deeltjes en manieren waarop ze zelfs op daken van gebouwen terug te vinden zijn. Dat er nog veel interessante vragen zijn over het neerdwarrelen van deze deeltjes, illustreerde hij aan de hand van weersimulaties die hij uitvoerde met een onderzoeker van het KNMI. Sluitstuk van de dag was het verhaal van Roy Keeris waarin hij terugblikte op de eclipsreis naar de VS afgelopen zomer.

Meteorendag der Lage Landen 2017. Groepsfoto aan het eind van een geslaagde meteorendag bij Sterrenwacht Halley. Foto: Urijan Poerink.

Visuele meteorenzwermen

Het hele jaar door waren er natuurlijk meteoren te zien, maar twee zwermen spanden de kroon voor het brede publiek. Een van die actieve meteorenzwermen piekt midden-augustus met doorgaans comfortabel waarneemomstandigheden midden in de zomervakantie. De Perseïden pakten dit jaar echter slechter uit dan gebruikelijk, mede als gevolg van een bijna volle maan die stoorde. Hun aantallen vielen daarom lager uit dan in andere maanloze jaren. Niet getreurd, want meteoorliefhebbers kunnen zich in 2018 revancheren. In het nieuwe jaar zijn de omstandigheden aanzienlijk beter van in 2017, mede dankzij een nagenoeg nieuwe maan tijdens de maximumnacht. Begin met plannen! De andere grote meteorenzwerm van het jaar, de Geminiden, had geen last van een storende maan maar leek even in het water te vallen wegens teleurstellende weersomstandigheden. Op de dag van het maximum (13/14 december) ontstonden er toch goede kansen voor kortstondige opklaringen. Wie in die opklaringen omhoog keek, zag toch een respectabel aantal meteoren. Niet alleen onder meteoorwaarnemers gonsden de positieve geluiden, ook op sociale media zagen we dat de meteorenzwerm bij veel mensen in de smaak viel. En pak wederom je agenda, want 2018 belooft wéér een goed jaar te worden voor de Geminiden. De maan is dan ook geen grote spelbreker.

De techniek staat voor niks

Op technisch vlak zagen we dit jaar ook voldoende nieuwe ontwikkelingen bij actieve meteoorwaarnemers. Felix Bettonvil heeft meerdere Liquid Crystal Shutters ingebouwd in lenzen en camera’s; het is een nieuwe digitale methode waarmee belichtingen onderbroken kunnen worden om zo de snelheden van meteoren en vuurbollen te bepalen. Ook op andere waarneemvlakken zijn er ontwikkelingen. Er komen landelijk nog altijd nieuwe waarneemposten bij het CAMS videowaarneemnetwerk, nieuwe varianten van allsky-camera’s richten hun lens op de nachtelijke hemel, er wordt door werkgroepleden geëxperimenteerd met spectroscopie van meteoren en het radiowaarnemen wordt veel toegankelijker, compacter en betaalbaarder dankzij RTL-SDR usb-dongles. Stuk voor stuk zijn het ontwikkelingen waar we in 2018 nog meer van zullen horen.

Ontwikkelingen achter de schermen

Achter de schermen zijn we bij de Werkgroep ook actief geweest met de organisatie van tal van zaken en activiteiten. Het belang van één daarvan, publieksvoorlichting, werd weer eens extra duidelijk in het najaar. In oktober verschenen er berichten op nieuwspagina’s en sociale media zoals Facebook die menig meteoorkenner liet fronsen. Ze kopten over ‘de spectaculaire Orioniden’ die je moest zien, terwijl die meteorenzwerm nou nét niet zo spectaculair is voor het brede publiek. Een opmerkelijk voorval. We zien het wel vaker dat de berichtgeving over meteoren onvolledig is, sensatiegericht of dat de benodigde nuances lang niet altijd over het voetlicht gebracht worden. Het onderschrijft hoe belangrijk deskundige publieksvoorlichting blijft. Wie ons het afgelopen jaar heeft gevolgd, zal gemerkt hebben dat wij achter de schermen niet stil hebben gezeten op dit vlak. De vernieuwde website van de Werkgroep werd in april uitgerold en deze is inmiddels uitgegroeid tot een rijk en compleet naslagwerk met o.a.  relevante achtergronden over fenomenen en tips voor het waarnemen. Op sociale media zijn we bovendien een actievere rol gaan spelen die deels complementair is aan de informatievoorziening op onze website. Daarnaast waren verschillende leden in landelijke en regionale media te zien om uitleg te geven, bijvoorbeeld bij het Klokhuis (na 10:50) en Zapplive (na 5:07). Ook in het nieuwe jaar zullen we ons blijven profileren om meteoorwaarnemers en –liefhebbers van actuele, betrouwbare maar vooral ook leuke informatie over meteoren, vuurbollen en meteorieten te voorzien.

“Voldaan tellen we af naar 2018, in afwachting van de bijzondere fenomenen die we (met jullie) in het nieuwe jaar weer mogen waarnemen.”

Naar ons idee illustreerde het jaar 2017 op voortreffelijke wijze dat het meteoorwaarnemen gevarieerd is. Het is de breedte van de hobby waarin veel mensen elkaar vinden en dát enthousiasme proberen wij als Werkgroep aan te wakkeren. Voldaan tellen we af naar 2018, in afwachting van de bijzondere fenomenen die we (met jullie) in het nieuwe jaar weer mogen waarnemen.

 


Traditiegetrouw hadden we op 22 januari natuurlijk ook de nieuwjaarsborrel. In januari zal er wederom een nieuwjaarborrel plaatsvinden waar we onze leden graag verwelkomen. Kijk in de Agenda voor de actuele planning voor deze dag. Meer informatie voor aanmelden als lid bij de Werkgroep Meteoren.

Geminiden zorgen op 13/14 december voor veel vallende sterren aan de nachtelijke hemel

Meteoren van de Geminiden verschijnen op 13/14 december weer aan de nachtelijke hemel. Door afwezigheid van de maan zullen er in de nacht van woensdag op donderdag tientallen ‘vallende sterren’ per uur zichtbaar zijn. Net als de Perseïden in augustus, is dit een meteorenzwerm die door het publiek met gunstige weersomstandigheden goed kan worden waargenomen.

In het kort: wat staat er te gebeuren?

In de nacht van woensdag 13 op donderdag 14 december zijn bij helder weer enkele tientallen meteoren (‘vallende sterren’) per uur zichtbaar. De meteoren ontspringen vanuit het sterrenbeeld Tweelingen (Gemini) dat begin van de avond al boven de horizon staat. De maan stoort dit jaar niet of nauwelijks, zodat er tegen het hoogtepunt van de meteorenzwerm enkele tientallen meteoren per uur zichtbaar zijn. Het moment om de meeste meteoren te zien, ligt in de uren na middernacht.

Compilatie van meerdere Geminiden in 2015. De compilatiefoto met 19 meteoren is gemaakt met enkele foto’s die genomen zijn vanaf Tenerife op 2.100 meter hoogte. Onderaan de pagina vind je links naar onze pagina met tips om zelf ook indrukwekkende meteorenfoto’s te kunnen maken. Foto © Roy Keeris.

Wat moet je weten van de Geminiden 2017?

Een van de actiefste meteorenzwermen van het jaar is de Geminiden. Deze zwerm is voor het publiek interessant, omdat die goede kansen biedt om meerdere meteoren per uur te zien. Hoeveel je er precies ziet, hangt van een aantal factoren af. De maximale activiteit van de Geminiden ligt onder perfecte, gestandaardiseerde omstandigheden rond de 120 meteoren per uur. Dat is de waarde die je in veel tabelletjes en lijstjes tegenkomt. Zoveel zien we er echter nooit. Het aantal meteoren dat je kunt zien, wordt namelijk bepaald door drie dingen: het tijdstip waarop je kijkt, de mate van duisternis en het deel van de hemel dat je kunt zien.

Ga allereerst op het juiste tijdstip naar buiten, want dat bepaalt hoe hoog de radiant (het punt waaruit de meteoren ontspringen) aan de hemel staat. Net na zonsondergang aan het begin van de avond staat de radiant laag aan de horizon en zie je nog weinig meteoren. Het aantal loopt op naarmate de avond en nacht vordert en het sterrenbeeld Tweelingen hoger aan de hemel staat. Dit jaar is bovendien een uitstekend jaar om naar de Geminiden te kijken. De gunstige maanfase en het late tijdstip waarop de maan opkomt, zorgen voor goede waarneemomstandigheden van zonsondergang tot diep in de nacht. De periode waarin de meeste Geminiden per uur zichtbaar zijn, ligt tussen middernacht en zonsopgang.

Welke factoren hebben invloed op het aantal meteoren dat je ziet? Deze drie zijn het belangrijkste. Het tijdstip waarop je kijkt (links) bepaalt de hoogte van de radiant en daarmee het aantal meteoren dat je per uur ziet. De duisternis, of beter gezegt de mate van lichtvervuiling (midden), én de hoeveelheid vrij zicht op de hemel (rechts) bepalen samen hoeveel er van het aantal zichtbare meteoren overblijven. Klik op de afbeelding voor meer uitleg.

De beste kans maak je als je een donkere plek opzoekt om naar meteoren te kijken; hoe donkerder hoe beter. En hoe meer je van de sterrenhemel boven je ziet, zonder hinder van bomen, gebouwen of bewolking, hoe meer meteoren zichtbaar zullen zijn. Als je rekening houdt met de drie voorgenoemde dingen (tijdstip, duisternis en hemelzichtbaarheid), dan kun je dankzij de hoge zwermactiviteit enkele tientallen meteoren per uur waarnemen. De oplettende waarnemer zou er dan rond de 80-90 per uur vanuit Nederland kunnen zien. Het aantal meteoren zal voor veel waarnemers echter wat lager uitvallen, vooral in en rond de grote steden, als gevolg van de lichtvervuiling en beperkter zicht op de sterrenhemel.

Kijktips

Meteorenkijken is makkelijk. Kleed je warm aan, neem een aantal dekens of goede winterslaapzak mee, zoek een geschikte plek en kijk (met pauzes) een uur of langer omhoog. Aangezien meteoren overal aan de hemel verschijnen, hoef je niet in een specifieke richting te kijken om iets van de activiteit van de Geminiden te merken. Je kunt natuurlijk op meerdere manieren meteoren waarnemen tijdens deze meteorenzwerm. Onderaan dit artikel vind je een aantal links naar bruikbare tips voor het waarnemen van meteoren met het blote oog, het maken van foto’s, en de mogelijkheden om meteoren met video of radio waar te nemen.

Tegenvallende weersomstandigheden?

Wat als de weersomstandigheden tegenvallen? Probeer dan in de nachten vóór en ná de maximumnacht naar boven te kijken. Je kunt in de nachten van 12/13 en 14/15 december ook meteoren zien, al zijn het er dan een stuk minder dan tijdens de maximumnacht van 13 op 14 december.

Gruis van een rotskomeet

De meteoren die we op 13/14 december zien, zijn kortoplichtende fenomenen aan de nachtelijke hemel. Ze ontstaan als stofdeeltjes (meteoroïden) met grote snelheid de aardse atmosfeer binnendringen. Door de baansnelheid van de aarde en de snelheid waarmee de stofdeeltjes door de ruimte bewegen, vliegen de Geminiden met snelheden van 35 km/s op 100-120 km hoogte door de atmosfeer. De botsingen van de stofdeeltjes met de luchtmoleculen en de verhitting van de lucht rond een stofdeeltje, zorgen voor het ontstaat van het lichtverschijnsel dat wij zien als een meteoor.

De stofdeeltjes van de Geminiden zijn afkomstig van de opmerkelijke planetoïde 3200 Phaethon die soms komeetachtige trekjes vertoont. Dit object is ruim 5 km groot en draait in iets meer dan 523 dagen in een baan om de zon. Het heeft tijdens eerdere omlopen een stofspoor achtergelaten waar de aarde elk jaar rond 14 december doorheen beweegt. Dit jaar gebeurt er nog iets bijzonders. Op 16 december passeert de rotskomeet de aarde op een veilige afstand van zo’n 10 miljoen kilometer. In de dagen ervoor, als de Geminiden actief zijn, kun je de planetoïde 3200 Phaethon mogelijk met een middelgrote telescoop waarnemen. Wie zich afvraagt hoe de ‘rotskomeet’ 3200 Phaethon eruitziet, kan met de 3D-printer zelfs een schaalmodel printen (klik hier om een 3D-modelbestand te downloaden).

Links naar meer achtergrondinformatie:

Inspiratie voor de 3D-printende meteoorwaarnemer

De afgelopen jaren stond 3 december internationaal in het teken van het 3D-printen. Een toepasselijke datum en daarom vonden we het voor dit jaar een mooie aanleiding om eens te kijken naar wat het 3D-printen te bieden heeft voor de meteoorwaarnemer.

Het 3D-printen heeft het afgelopen jaren een grote vlucht genomen. Mede dankzij de verschillende printtechnieken en de ontwikkeling van betaalbare 3D-printers voor consumenten, is het 3D printen in 2017 vele malen toegankelijker dan tien jaar geleden. De meest gebruikte techniek om thuis te 3D-printen is het Fused Deposition Modeling. Hierbij smelt de printkop een plastic draad (filament), waarna het plastic via een spuitmond wordt uitgeperst tot een dunne draad van enkele tientallen of honderden micrometers dik. Met deze draad gesmolten plastic kan er door beweging van de printkop, het printbed, of een combinatie van beiden, laag-voor-laag een 3D-model worden opgebouwd. Naast de toename in printermogelijkheden is er ook een groeiend aantal materiaalsoorten beschikbaar die variëren van het veelgebruikte ABS en PLA tot exotische soorten die metaal of houtvezels bevatten.

Wat kun je 3D-printen?

Met een 3D-printer kun je verschillende objecten maken , variërend van esthetische of educatieve objecten tot technische toepassingen. We zetten een paar mogelijkheden op een rij. Allereerst viel ons oog op het printen van schaalmodellen van hemellichamen. Ze zijn te gebruiken als ondersteuning bij het uitleggen van fenomenen en processen in het zonnestelsel. In onze ervaring vinden mensen het fascinerend om 3D-modellen ter hand te nemen om ze van alle kanten te bekijken. Je kunt het 3D-printen zodoende inzetten om tastbare modellen te produceren als een educatief middel voor gebruik tijdens lezingen en publieksactiviteiten.

Een mooi beginpunt in de zoektocht naar bruikbare modellen van hemellichamen is de uitgebreide website van Greg Frieger. Op zijn website zijn tal van 3D-modellen te downloaden van kometen en planetoïden. Ze zijn gebaseerd op radarmetingen of lichtkrommen en geven een aardig idee van de ruwe vormen van verschillende objecten. Een aantal interessante modellen voor meteoorwaarnemers zijn bijvoorbeeld de komeet 1P/Halley (bron van de Eta-Aquariden en de Orioniden), de komeetachtige planetoïde 3200 Phaethon (bron van de Geminiden die later deze maand zichtbaar zijn), of andere modellen van kometen.

Komeet 67P/Churyumov-Gerasimenko. Dit model wordt gebruikt voor publieksdoeleinden en is in drie delen geprint om zo een groter model te maken dan het beschikbare printvolume van de 3D-printer. De 3D-print is gemaakt met zwart PLA (een bioplastic) op basis van het komeetmodel van Mattias Malmer.

Op de 3D-website van de NASA vind je weer een andere slag van 3D-modellen. Naast schaalmodellen van hun ruimtesondes kun je de landingslocaties van de Apollomissies vinden, of krijg je een idee van de planetoïde Bennu waar NASA met de ruimtemissie OSIRIS-Rex wat oppervlaktegruis gaat delven. Dit eerste model van Bennu is nog simpel van vorm, maar we verwachten dat gedurende de missie het 3D-model steeds gedetailleerder wordt. We zagen die ontwikkeling al eerder tijdens de Rosetta-missie naar de ‘badeendkomeet’ 67P/Churyumov-Gerasimenko. NASA heeft daarnaast ook modellen van kleinere objecten, zoals de meteoriet Block Island die in 2009 door het robotkarretje Opportunity werd gevonden op Mars. Je kunt deze als miniatuur printen, maar ook, zoals enkele creatievelingen deden, op ware grote namaken. Ook van de planetoïde Vesta heeft NASA gedetailleerde modellen beschikbaar, waaronder van de Rheasilviakrater waarvan wordt aangenomen dat het de bronzone is van de HED-meteorieten (zoals de Zeeuwse ‘Ellemeet’) en vestoïden.

Technische toepassingen

Naast de tastbare schaalmodellen van de objecten waarvan we het gruis als meteoren en vuurbollen aan de hemel zien oplichten, biedt het 3D-printen ook veel mogelijkheden technische toepassingen. Zo hebben we zelf al eens een traliehouder ontworpen om te 3D-printen. Je monteert er een folietralie in en klikt het zo op een Wat-902H camera. Daarmee is het een aardige opstap om op een eenvoudige manier met een videowaarneemstation te experimenteren met spectroscopie van meteoren.

Wie zelf onderdelen wilt tekenen, kan gebruik maken van programma’s zoals SketchUp. Na wat oefening ontwerp en print je eenvoudig een montagebeugel voor een camerabehuizing, een traliehouder, of wellicht een sector voor het onderbreken van de belichting van je meteorenfoto. Wees creatief. Meshmixer van Autodesk is eveneens een programma waarmee je veel bewerkingen kunt uitvoeren. Je kunt daarnaast software zoals Meshlab gebruiken om bestaande modellen te bekijken, bewerken en analyseren, met het bijkomende voordeel van een grote user community waar je kennis en ervaringen uit kunt putten.

Is zelf tekenen niet jouw ding, dan kun je terecht op Thingiverse. Op deze website vind je enkele duizenden 3D-modellen, veelal ondergebracht in thema’s zoals natuurkundige en sterrenkundige toepassingen. Je kunt bijvoorbeeld een Bahtinov-masker voor het scherpstellen van je telescoop of fotocamera op de sterren, of je vindt er onderdelen voor een zelfbouwtelescoop. Ook als je een Yagi-antenne bouwt voor je eigen SDR radio-ontvanger, dan kun je de elementhouders en andere onderdelen voor de antenne downloaden en 3D-printen.

Op zoek naar een 3D-printer

De belangrijkste stap is natuurlijk het daadwerkelijk printen van een 3D-model. Via diverse webwinkels, bouwmarkten en elektronicazaken kun je tegenwoordig een 3D-printer aanschaffen. Heb je zelf (nog) geen 3D-printer en wil je toch snel aan de slag? Geen enkel probleem; in Nederland en België zijn er tal van Fablabs en Makerspaces waar je bijvoorbeeld een cursus 3D-printen kunt volgen om met 3D-printers aan de slag te gaan. En als je liever het printerwerk voor je laat doen, dan zijn er ongetwijfeld 3D-printshops bij jou in de buurt, of kun je aankloppen bij grote 3D-printconcerns zoals Shapeways of 3DHubs.

Voor de meteoorwaarnemer zien we verschillende manieren om het 3D-printen te benutten. Er zijn natuurlijk veel meer mogelijkheden dan die we hier schetsen, maar het illustreert vooral dat het fabriceren in 3D een blijvertje is. Ga er mee aan de slag en wellicht vind je een toepassing waar wij nog niet aan hebben gedacht (en dat horen we dan natuurlijk graag van je).