Vuurbol op 28 juni: wat weten we dusver?

Op vrijdagavond omstreeks 21:30 verscheen in de vroege schemering een heldere vuurbol boven Nederland. Ruim 500 mensen maakten tot nu toe melding van het fenomeen bij het vuurbolmeldpunt. Opmerkelijk was dat de vuurbol gepaard ging met supersonische knallen. Deskundigen van de Werkgroep Meteoren doen onderzoek naar het fenomeen.

Ooggetuigen maakten op grote schaal melding van de vuurbol via het vuurbolmeldpunt. Van de 500 binnengekomen meldingen kwam het overgrote deel via de landelijke Werkgroep Meteoren (n=379). Ook kwamen er meldingen uit België en Duitsland. Enkele tientallen waarnemers maakte ook melding van het uiteenvallen (fragmentatie) van de vuurbol. Op basis van een deel van de waarnemingen is er vroeg in de nacht al een eerste analyse gemaakt van het voorlopige traject. Alle online meldingen zijn ook automatisch verwerkt, waarvan het resultaat hieronder te zien is. Enig voorbehoud is dat voor dit grondpad de waarnemingen nog niet zijn gefilterd. 

Een automatisch gegenereerde kaart op basis van 341 waarnemingen die zijn gemeld via het vuurbolmeldpunt van IMO. Op deze ‘hittekaart’ zijn de rode kleuren de gebieden met de meeste waarnemers. Enig voorbehoud is dat voor dit grondpad de waarnemingen nog niet zijn gefilterd.

Oproep: deel camerabeelden

Door de vroege verschijning van de vuurbol waren de cameranetwerken in Nederland nog niet actief. Het hele luchtruim is weliswaar afgedekt, maar er is een bepaalde mate van duisternis nodig om fenomenen vast te leggen. Rond 21.30 was het te licht. Zodoende roepen we het publiek op om camerabeelden in te sturen naar de Werkgroep Meteoren (info@werkgroepmeteoren.nl). Nieuwe beelden kunnen bijdragen aan een betere berekening van het lichtspoor. Dat kunnen foto’s en video’s, maar ook dashcambeelden zijn. Inmiddels lijken ook de eerste filmbeelden van de vuurbol van vrijdagavond te zijn opgedoken.

Achter de schermen hebben de deskundigen van de Werkgroep Meteoren nauw contact met andere meteoorexperts in Nederland en onderzoekers verbonden aan Naturalis en aan de universiteit. Gezamenlijk proberen ze de omstandigheden van de vuurbol in meer detail te reconstrueren. 

Supersonische knallen en infrageluid

Veel mensen die de vuurbal zagen, maakten ook melding van geluiden zoals doffe knallen. Dergelijk geluid is hoorbaar wanneer een object door de geluidsbarrière gaat, het zijn supersonische knallen (‘sonic booms‘). De onderstaande kaart geeft een overzicht waarbinnen de geluidswaarnemingen zijn gedaan door ooggetuigen. Ook bij andere meldpunten kwamen meldingen van het geluid binnen. Extra opvallend is dat dit de eerste na-oorlogse vuurbol is waarbij er op grote schaal supersonische knallen door het land werden gehoord. De laatste keer dat dit gebeurde was in 1843, toen nabij Utrecht een grote meteoriet insloeg.

Via de Werkgroep Meteoren wordt er ook met een amateur-infrageluidstation waarnemingen gedaan. Infrageluid is het voor de mens onhoorbaar geluid dat vaak gepaard gaat met explosies en supersonische knallen. Het team achter dit station heeft geen detectie van de vuurbol, maar dat is anders bij het meetnetwerk van het KNMI. Prof. Läslo Evers meldt ons dat “er infrageluidssignalen zijn gemeten van deze vuurbol. Het sterkst op instrumenten op vliegbasis Deelen en afnemend in sterkte naar het westen in onder andere De Bilt en Cabauw. Dit duidt op een bron boven oostelijk NL, wat volgens mij conform de visuele waarnemingen is“.

Detailkaart waarop de groene ovaal het gebied omlijnt waarbinnen ooggetuigen geluiden hebben waargenomen en dit hebben aangegeven via het vuurbolmeldpunt. De rode kleuren geven de waarneemdichtheid weer van alle waarnemers. Binnen het omlijnde gebied waren er zo’n 40 meldingen van geluid.

Meteorieten

Het lichtfenomeen noemen we de meteoor of, zoals nu in zeer heldere gevallen, vuurbol. Op sociale media werd veel melding gemaakt dat mensen een ‘meteoriet’ zagen, waar dus het fenomeen van de vuurbol werd bedoeld. Als het object dat de vuurbol produceerde niet helemaal is opgebrand, bestaat de kans dat er restanten zijn ingeslagen. Dat noemen we meteorieten, waarvan er in de afgelopen 200 jaar slechts 6 zijn gevallen in Nederland. Op dit moment zijn er geen meldingen bij het landelijke meteorietenmeldpunt binnengekomen. Het meldpunt werkt nauw samen met experts van onderzoeksinstelling Naturalis. 

Van wat er dusver bekend is over de daglichtvuurbol van 28 juni j.l., moeten vooral inwoners in de noordwestkop van Overijssel alert zijn voor bijzondere stenen. Wat maakt een steen in onze ogen “bijzonder“? Lees alles in onze determinatiehulp en neem bij twijfel contact op met de experts van het landelijke meteorietenmeldpunt.

Op basis van de ooggetuigenverslagen ontvangen via het vuurbolmeldpunt, maakt meteoorwaarnemer Marco Langbroek ook een kaart van de mogelijke eindpunt van de vuurbol. Zonder beschikbaar beeldmateriaal is de onzekerheid van deze zone nog groot en daarom zijn we op zoek naar aanvullend beeldmateriaal om de berekeningen te verfijnen. Kaart: Marco Langbroek
Meer weten?

Gepubliceerd: 29 juni 8:23. Laatste update: 1 juli 19:45

Diepenveen-meteoriet heeft mogelijk overeenkomsten met de planetoïde Ryugu

De Diepenveen-meteoriet viel op 27 oktober 1873, maar werd pas in 2012 in een privé-collectie herontdekt voor de wetenschap. Nu publiceert een team van 26 onderzoekers van verschillende internationale onderzoeksinstituten – met Marco Langbroek van Naturalis Biodiversity Center als eerste auteur – de resultaten van grondig onderzoek naar de ‘Diepenveen’ in Meteoritics & Planetary Science. Opvallend: de steen is na anderhalve eeuw omzwervingen op aarde nog verrassend vers én vertoont mogelijk overeenkomsten met de planetoïde Ryugu waarop de Japanse ruimtesonde Hayabusa 2 eerder dit jaar is geland. Het wordt spannend om, als Hayabusa 2 in 2020 terug naar aarde komt met steenmonsters, de materialen te vergelijken.

De steenmeteoriet ‘Diepenveen’ is in 2012 herontdekt in een privécollectie door een oud-conservator van het Eise Eisinga Planetarium. Eind 2013 werd de steen door de toenmalige eigenares geschonken aan de rijkscollectie, beheerd door Naturalis Biodiversity Center in Leiden. Bij het nu gepubliceerde onderzoek waren in Nederland ook de VU Amsterdam, het KNMI en de KNVWS betrokken.

De Diepenveen-meteoriet. Foto credit: Sebastiaan de Vet/ Naturalis Biodiversity Center

Verschillende impacts

De meteoriet behoort tot het CM-type van de koolstofchondrieten, een speciale groep meteorieten met soms honderden soorten organische moleculen. De Diepenveen is een zogeheten ‘regoliet’, materiaal dat afkomstig is van een door inslagen flink omgewoeld en tot stof en brokstukjes vergruisd oppervlak. Het materiaal wijkt echter op een aantal punten flink af van andere meteorieten van het CM-type:

  • de zuurstofisotopen (variaties van het zuurstofatoom) zijn lichter dan in andere stenen van deze groep;
  • sommige delen van de steen zijn minder omgezet door contact met water in de ruimte dan gangbaar;
  • het Diepenveen-materiaal heeft verschillende inslagen meegemaakt, waarbij de laatst gedateerde grote inslag zo’n 1,5 miljard jaar geleden plaatsvond in de planetoïdengordel, wat behoorlijk jong is voor ons zonnestelsel;
  • het materiaal heeft na de laatste inslag, toen het C/Cg-type moederlichaam onder invloed van Jupiter-verstoringen al in een baan dichter bij de aarde terecht was gekomen, nog zo’n 3 tot 5 miljoen jaar als klein object van ongeveer een halve meter doorsnee door de ruimte gevlogen. Dat is veel langer dan normaal bij dit type meteoriet.

Samenstelling

De onderzoekers hebben veel koolstofverbindingen (organische moleculen, zoals aminozuren) gevonden die ook in sommige andere meteorieten voorkomen, maar ze bleken andere samenstellingen en verhoudingen te hebben. De verhouding van twee belangrijke aminozuren in de steen lijkt juist niet op die van andere meteorieten van het CM type, maar wél op die van meteorieten van een heel ander type (CI). De Diepenveen lijkt nog het meeste op een CM-meteoriet die in 1979 in Antarctica is gevonden, Yamato 793321. Indirect geeft dat ook een bevestiging dat de bijzondere eigenschappen hun oorsprong vinden in processen in de ruimte, want de Diepenveen en Y-793321 hebben na hun val op aarde een compleet andere geschiedenis meegemaakt. De Diepenveen heeft eigenschappen van verschillende meteorieten uit verschillende groepen en kan daardoor mogelijk als een ‘kosmische bruggenbouwer’ die meteorietsoorten met elkaar verbinden.

“Als Hayabusa 2 in 2020 naar de aarde terugkomt met kleine gesteentemonsters is het spannend om het materiaal met Diepenveen te kunnen vergelijken.”

Leo Kriegsman, Naturalis

Diepenveen en planetoïde Ryugu

De eigenschappen van Diepenveen zette de onderzoekers op een zoektocht naar planetoïden die kunnen lijken op de ruimterots waarvan Diepenveen ooit afbrak. Ze kwamen er een op het spoor door te kijken hoe zonlicht weerkaatst wordt door vergruisde oppervlakken. Het reflectiespectrum van de Diepenveen lijkt op dat van de koolstofrijke planetoïde Ryugu, een ruimterots van ongeveer een kilometer doorsnee waarop de Japanse ruimtesonde Hayabusa 2 op 21 februari 2019 is geland. “Hier op aarde kun je gesteente vaak in context beter begrijpen, maar dat is met een steenmeteoriet uit het zonnestelsel een stuk lastiger. Ruimtemissies kunnen dus uitkomst bieden”, licht Naturalis-onderzoeker en mede-auteur Sebastiaan de Vet toe. Mogelijk bestaat een deel van het oppervlak van Ryugu dus uit materiaal dat vergelijkbaar kan zijn met de Diepenveen-meteoriet. “Overeenkomsten tussen meteorieten en planetoïden zijn vrij zeldzaam, dus als Hayabusa 2 in 2020 naar de aarde terugkomt met kleine gesteentemonsters is het spannend om het materiaal met Diepenveen te kunnen vergelijken”, voegt Leo Kriegsman daar aan toe, die als Naturalis-onderzoeker ook meewerkte aan de studie. Diepenveen kan op deze manier mogelijk nieuwe aanwijzingen geven over de bouwstenen en de processen die hebben bijgedragen aan het ontstaan van de rotsplaneten en misschien zelfs aan het leven op onze planeet.

 


Bron: Persbericht van het Naturalis Biodiversity Center.  Beeld en tekst mag alleen overgenomen worden met vermelding van de juiste credits.

Bijdrage Werkgroep Meteoren: Binnen het onderzoek was er ook een rol weggelegd voor leden van de Werkgroep Meteoren. Niek de Kort was na de initiële herontdekking betrokken vanuit het Meteoriet Documentatie Centrum en trok het historische onderzoek. Jacob Kuiper dook de weerarchieven in en reconstrueerde de weersomstandigheden rondom de inslag in 1873. Sebastiaan de Vet verzorgde de spectroscopische metingen die bijdroegen aan het leggen van de link naar Ryugu en maakte een 3D-model om de dichtheid van de meteoriet te bepalen.

International Meteor Conference 2018 in Slovakia: an in-depth look back

It is already two weeks since the annual International Meteor Conference (IMC) took place. This year the conference was hosted by Modra Observatory of the Comenius University in Bratislava and took place in Pezinok, not far from the capital. With 127 participants from 28 countries and fully booked, the conference thanks to its splendid organization, excelled in being a great success.

The IMC was just after the General Assembly of the International Astronomical Union (IAU) and attracted an extra number of professionals. As always: the conference is a great opportunity to meet with participants around the globe, works as magnet, being the ideal place for cross fertilization!

A field where professionals and amateurs meet

Meteor science is one of the very few astronomy specializations were amateurs and professionals have a tight relation. Even today they work together and make use of each other’s work. An excellent example is the visual work which would be impossible without amateurs as they take care of the majority of (if not all) observations. All visual recordings are stored in a central database and together form the biggest long-term archive on meteor shower activity and due to the standardized observing method, provide a wealth of information for shower evolution studies and models, including prediction work. Video networks, I think, are the other area where amateurs significantly contribute. But video technology quickly evolves, resulting in many different technical solutions, and thus standardization unfortunately is much more difficult. This is -even today- the power of visual work!

Workshops

This year the conference was preceded by two workshops: one on visual data reduction; the other one on spectroscopic work. For conference participants that could not attend these workshops, exciting summaries were given in the main conference. Great highlight was that the new visual ‘R’ analysis software was applied to a very recent set of data: the Perseids 2018, which soon will result in a paper in WGN, being very encouraging news.

Spectroscopy among amateurs has since long been a rare field. Since a few years, it gains interest, thanks to the availability of sensitive video cameras and relatively cheap gratings. A link to the scientific use (and needs) still seemed missing and many questions arose. The spectroscopy workshop exactly focused on this, dug into problems with calibration and which spectral resolution is needed to contribute to our scientific understanding. Two great talks clearly showed what can be done, if next to flux and orbital elements also the spectral composition is known.

Fireballs are a hot topic in the community

Fireballs and meteorites are evidently becoming an increasingly large topic: they are ‘hot’. Fireball networks, hunting for new meteorites, grow and gain in quality. Knowing that worldwide there are not more than a few tens of meteorite recoveries that also have an accurate orbit, explains maybe why: the combination of meteorite and orbit is very valuable. At the IMC it became clear that fireball cameras still gain in accuracy, and networks spread around the world. Although meteorites are not precisely our topic, nor are asteroids and comets, the chain comets/asteroids – meteoroids – meteors – meteorites is an exciting one, as together they learn so much on the formation of our solar system. The space (sample and/or recovery) missions to asteroids and comets add (new) knowledge to our parameter space.

The IMC also showed how our modern ‘social network’ world (a.) creates enhanced awareness among the public on meteor showers and fireballs and (b.) provides a source of new information (‘citizen science’). The largest fireball event captured by the IMO fireball form contains no less than 2000 reports!

Diverse and still diversifying

Meteor science, as other areas of astronomy, both contains observational work as well as theoretical work (models) to explain these observations, gain our understanding in, e.g., predicting new events. A typical IMC now covers it all: observations (balloon missions!, automated radio data analysis), simulations (a new realistic meteor shower simulator), neural network software development, high-tech lab experiments and even backyard experiments with an air cannon! This year we learned on meteorite ablation, that most shower meteors fragment, and almost all of them decelerate. Hyperbolic orbits are still frequently seen and the Geminid shower, while already being the ’shower of the year’ will keep doing that by slowly but steadily increasing its activity.

If you are interested, then put the IMC 2019 in your agenda (Bollmansruh, Germany, October 3-6, 2019), and maybe also Meteoroids 2019 (June 17-21, Bratislava, Slovakia). This tri-annual conference is a real professional one but has one session on amateur work too, which so well illustrates how well appreciated amateur work is. Meteor science indeed is exciting. But we should never forget that meteor astronomy is our hobby, and the fun of it is our biggest motivator. IMCs with their splendid atmosphere clearly contribute to it. Organizers, thanks again for this wonderful event!

Did you miss this IMC? Go to the program and check most of the presentations given by the participants. And stay tuned for the Proceedings of the IMC!

 


Tekstbijdrage: Felix Bettonvil. Dit bericht is oorspronglijk gepubliceerd op de website de internationale meteorenvereniging IMO.

Nederlandse meteoorwaarnemers bekeken Perseïden vanaf donkere berg Debelo Brdo in Servië

Bewolking was in Nederland de grote spelbreker tijdens het maximum van de Perseïden. Vanuit het buitenland konden Nederlandse meteoorwaarnemers het Perseïdenmaximum afgelopen nacht wel goed waarnemen.

Samen met een internationale groep van ongeveer 30 waarnemers werd het maximum van de meteorenzwerm waargenomen vanaf de donkere berg Debelo Brdo op de Bosnisch-Servische grens. Er konden ongeveer 40 Perseïden per uur worden geteld. De Perseïden lieten als verwacht hun gebruikelijke activiteit zien; er was geen sprake van onverwachte oplevingen. Hoewel er een aardig aantal heldere exemplaren te zien waren, bleven grote vuurbollen uit.

Onderstaande opname toont een compilatie van de zes helderste Perseïden van afgelopen nacht, opgenomen met een Canon 6D en 16mm fisheye lens. De onderbrekingen in de sporen worden veroorzaakt door een snel ‘choppende’ sluiter waarmee de snelheid van de meteoren kan worden bepaald.

Perseïden in 2018 waargenomen vanaf de donkere berg Debelo Brdo op de Bosnisch-Servische grens. De groene sporen links op de foto zijn afkomstig van laserpointers waarmee de drempelvelden regelmatig werden getoond. Foto: Felix Bettonvil.

Augustus is weer dé maand om ‘vallende sterren’ te tellen

De zomer van 2018 blijkt een topzomer te zijn voor sterrenliefhebbers. In de maand juli keken we in Nederland massaal naar de maansverduistering, terwijl in augustus de populaire Perseïden weer hun entree maken aan de sterrenhemel. De jaarlijks terugkerende meteorenzwerm is dit jaar in de nacht van 12-13 augustus extra goed te zien omdat de maan dan juist afwezig is.

Op 27 juli was een totale maansverduistering zichtbaar in grote delen van Nederland. Diezelfde maan is ruim twee weken later, in de week van 12-13 augustus, afgenomen tot een dunne sikkel die vroeg op de avond ondergaat. Ideaal, want in de nacht van zondag op maandag verschijnen er ook veel meteoren (‘vallende sterren’) aan de sterrenhemel. Hierdoor kunnen de Perseïden dit jaar erg gunstig uitpakken voor wie ’s nachts naar de hemel tuurt. De enige spelbreker kan het weer zijn.

In het kort: wat staat er te gebeuren?

Augustus is sinds jaar en dag dé maand om naar meteoren te kijken. Dit lichtfenomeen ontstaat hoog in onze atmosfeer als kleine stofdeeltjes uit het stofspoor van de komeet 109P/Swift-Tuttle in grote aantallen de atmosfeer van de aarde binnenvliegen en oplichten. Aangezien het er veel zijn, lijken ze vanuit het sterrenbeeld Perseus in alle richtingen weg te schieten. Hierdoor noemen sterrenkundigen deze meteorenzwerm de Perseïden. In de late avond en nacht van 12 op 13 augustus zie je de meeste meteoren aan de sterrenhemel doordat de aarde dan het stoffigste deel van het komeetspoor doorkruist. “Dit jaar lijkt het bovendien een goede zomer te worden om naar de Perseïden te kijken, aangezien de maan niet stoort”, legt Joost Hartman uit, voorzitter van de landelijke Werkgroep Meteoren. De dunne maansikkel gaat al vroeg op de avond onder, waardoor het maanlicht de meteoren niet meer overstraalt. En dat is lang niet elk jaar het geval. Hartman: “Blijf met lekker weer dus wat langer buiten en kijk na middernacht om de meeste meteoren te zien”.

Kijktips

Meteorenkijken is erg makkelijk omdat je er geen speciale apparatuur voor nodig hebt. Kleed je wel warm aan of neem een deken mee, zoek een geschikte donkere plek en kijk (met pauzes) een uur of langer omhoog. Aangezien meteoren overal aan de hemel verschijnen, hoef je dus niet in een specifieke richting te kijken om iets van de activiteit van de Perseïden te bespeuren. Je kunt natuurlijk ook op andere manieren deze meteoren waarnemen. Onderaan dit artikel vind je een aantal links naar bruikbare tips.

Blijf ook online op de hoogte van de Perseïden en volg ons op sociale media. Vergeet niet om op maandagochtend 13 augustus je mooiste foto’s te delen op Twitter en Instagram. Tag in je bericht de Werkgroep Meteoren en vermeld daarbij ook de hashtag #meteorenmaandag.

Wat moet je verder weten van de Perseïden in 2018?

De Perseïdenzwerm is een van de actiefste meteorenzwermen van het jaar. Dankzij de (doorgaans) aangename weersomstandigheden midden in de vakantieperiode en het grote aantal meteoren dat je per uur kunt zien, is deze zwerm voor veel mensen een buitenkans om naar meteoren te kijken. De maximale activiteit van de Perseïden ligt onder perfecte, gestandaardiseerde omstandigheden rond de 100 meteoren per uur. Dat is de waarde die je in veel tabellen en lijstjes tegenkomt. Zoveel zie je er echter nooit. Het aantal meteoren dat je kunt zien, wordt namelijk bepaald door drie dingen: het tijdstip waarop je kijkt, de mate van duisternis (of: lichtvervuiling) en het aandeel van de sterrenhemel dat je kunt zien.

Ga allereerst op het juiste tijdstip naar buiten, want dat bepaalt hoe actief de zwerm is en hoe hoog de radiant (het punt waaruit de meteoren in het sterrenbeeld Perseus ontspringen) aan de hemel staat. Net na zonsondergang op 12 augustus staat de radiant nog laag boven de horizon en je ziet daardoor vrij weinig meteoren. Het aantal loopt op naarmate de avond en nacht naar maandag 13 augustus vordert en het sterrenbeeld Perseus hoger aan de hemel klimt. De geringe maanfase en het vroege tijdstip waarop de maan ondergaat, zorgen voor goede waarneemomstandigheden gedurende de avond en nacht. De periode waarin de meeste Perseïden per uur zichtbaar zijn, ligt tussen middernacht en zonsopkomst.

Trek je erop uit en wil je de beste kans hebben om veel meteoren te zien? Zoek dan vooral een donkere plek met zo min mogelijk omgevingslicht om naar de Perseïden te kijken; hoe donkerder hoe beter. Probeer ook een plek uit te kiezen waar je zoveel mogelijk van de sterrenhemel boven je ziet, zonder hinder van hoge bomen, gebouwen of bewolking, zodat er naar verhouding ook meer meteoren zichtbaar zijn.

Welke factoren hebben invloed op het aantal meteoren dat je ziet? Drie zijn het belangrijkste. Het tijdstip waarop je kijkt bepaalt de hoogte van de radiant en daarmee het aantal meteoren dat je per uur ziet. De duisternis, of beter gezegd de mate van lichtvervuiling, én de hoeveelheid vrij zicht (‘hemelzichtbaarheid’) bepalen samen hoeveel er van het aantal zichtbare meteoren wegvallen.

Waarnemers in Nederland kunnen dankzij de zwermactiviteit van de Perseïden tussen de 30-60 meteoren per uur zien. Bedenk wel dat het aantal meteoren voor waarnemers in verschillende delen van Nederland kan verschillen en dat het vooral in en rond de grote steden lager kan uitvallen, als gevolg van de lichtvervuiling en een beperkter zicht op de sterrenhemel. Bereid je dus goed voor en houd rekening met onze drie tips: tijdstip, duisternis en vrij zicht op de sterrenhemel.

Weersomstandigheden

Momenteel (d.d. 8 augustus) ziet het weer voor het weekend van de Perseïden er in de verwachtingen wat wisselvalliger uit dan dat van de afgelopen zomeravonden. Wat als de weersomstandigheden onverhoopt tegenvallen? Geen nood, probeer dan in de nachten vóór en ná de maximumnacht naar boven te kijken, al zijn er dan wel een stuk minder meteoren. Tijdens de maximumnacht zelf (12 op 13 augustus) kun je de bewolking bijvoorbeeld in de gaten houden met de ‘wolkenverwachting’ van MeteoCiel. Bedenk dat je door een gat in het wolkendek veel minder meteoren ziet dan bij een volledige onbewolkte hemel, dus je zult dan wat meer geduld moeten hebben om enkele Perseïden te kunnen zien.

Bestel onze folder

De folder van de Werkgroep Meteoren.

Ga je met jouw vereniging of club actief meteoorwaarnemen of organiseer je een evenement rond de Perseïden? Dan horen wij graag van jouw ervaringen! Wil je voor jouw meteorenevenement meer informatie hebben om uit te delen? Bestel dan vrijblijvend per email een aantal exemplaren van de informatiefolder van de Werkgroep Meteoren die we je kosteloos toesturen.

LINKS NAAR MEER ACHTERGRONDINFORMATIE:

 


Laatste update: 8 augustus 10:00 uur.