Werkgroepleden vallen in de prijzen bij de KNVWS

Op 1 september maakte de KNVWS bekend welke weer- of sterrenkunde amateurs door hen worden onderscheiden. Naar nu blijkt zijn er dit jaar twee leden van onze werkgroep in de prijzen gevallen.

Op sociale media kondigde de KNVWS deze week aan welke amateurs worden onderscheiden met de Dr. J. van der Biltprijs en de Hugo van Woerdenprijs. De laatste genoemde is een onderscheiding die wordt toegekend aan jeugdleden van KNVWS lidorganisaties.

De Dr. J. van der Biltprijs 2020 gaat naar Gert Jan Netjes die de prijs ontvangt voor zijn kleurrijke werk op het gebied van slijpplaatjes van meteorieten, waarmee hij de ‘sterrenkunde door de microscoop’ beoefend.

De Hugo van Woerdenprijs 2020 (bedoeld voor jeugdleden binnen de KNVWS) sluit hier qua thema mooi bij aan, want Dušan Bettonvil (15) wint deze prijs voor o.a. zijn unieke prestatie met de bouw van een softwareprogramma voor het modelleren van de val van meteorieten naar de grond.

Veel meer laat de organisatie nog niet los, want het is gebruik dat de prijzen later in het jaar op Astrodag worden uitgereikt (zolang de coronasituatie dit toelaat). Dan zullen ook meer details bekend gemaakt worden over de reden van toekenning.

Voor nu, onze felicitaties aan Gert Jan Netjes en Dušan Bettonvil!

Meteoriet van 12 September 2019 geïdentificeerd

De meteoriet die kort na de vuurbol van 12 September 2019 werd gevonden in de Duitse stad Flensburg in Sleeswijk-Holstein nabij de Deense grens is geclassificeerd en opgenomen in de database van de Meteoritical Society.

Een dag na het verschijnen van de vuurbol, die door honderden mensen in Nederland werd gemeld en ook door US GOES weersatellieten werd gespot, werd door een inwoner van Flensburg een meteorietje van 24 gram gevonden op zijn oprit. Het steentje is inmiddels onderzocht en bevestigd dat het een verse val betreft. De meteoriet is inmiddels opgenomen in de database van de Meteoritical Society.

Opmerkelijk is de zeer lage dichtheid van de meteoriet van slechts 1984 kg/m3. Het blijkt een koolstof chondriet, net als de Nederlandse Diepenveen, maar nu van het type C1 en unclassified. Minder dan 10% van alle chondrieten zijn koolstof chondrieten, en meteorieten met type C1 komen bijna niet voor.

De Flensburg meteoriet, 24 gram zwaar, ca. 3.7 × 3.5 cm  groot. Duidelijk is de zwarte smeltkorst te zien, de bruinige kleur is een secundaire smeltkorst ontstaan door het tijdens de val afbreken van een fragment [Bron: Karmaka].

De val-lokatie ligt binnen het vooraf berekende droppings-gebied op basis van data van het satelliettraject, maar de onzekerheid van de lokatie groot. Preciezere bepaling van het traject op basis van videogegevens van surveillance cameras en dashcams is nog gaande.

Meer informatie over de val is te vinden op de site van Karmaka.

Nieuwjaar begint goed met nieuwe meteorietvondst in Italië

Op de avond van nieuwjaarsdag verscheen boven het noorden van Italië een heldere vuurbol met een helderheid van magnitude -10. Na een trajectberekening met videowaarnemingen en een oproep aan het brede publiek, zijn er 4 januari nabij Cavezzo (Modena) al twee meteorieten van 55 gram geborgen.

Op woensdag 1 januari werd er rond 19:26 uur een heldere en langdurende vuurbol gemeld door zo’n 50 ooggetuigen verspreid over Noord-Italië. Analyse van de video-opnames van PRISMA/FRIPON van een 6-seconden durende vuurbol laat zien dat deze in helderheid varieerde van -8 tot -10 op een fragmentatiehoogte van 32 km. Het uitdoofpunt van de vuurbol lag visueel rond de 20 km hoogte. De meteoroïde had een geschatte beginmassa van zo’n 8 kg en drong met een snelheid van 12 km/s de atmosfeer binnen. Op basis van het vuurboltraject en de eigenschappen werd verwacht dat er slechts 150 gram overgebleven zou zijn.

Kaart van het internationale vuurbolmeldpunt van IMO met de visuele waarnemingen van de vuurbol boven Noord-Italië. Credit: PRISMA/IMO/AMS

Effectieve oproep aan het brede publiek

Het videonetwerk PRISMA publiceerde op 2 januari een nieuwsbericht met meer achtergrondinformatie over de vuurbol. Daarin meldde men dat er mogelijk meteorieten waren neergekomen in de buurt van het dorpje Disvetro ten noordwesten van Cavezzo (Modena op de Povlakte) binnen een onzekerheidsellips van 2.2 x 1.5 km. De oproep aan het publiek om oplettend te zijn voor opmerkelijke stenen wierp enkele dagen later zijn vruchten af. Davide Gaddi vond op de oevers van de Secchia rivier twee zwartgeblakerde stenen tijdens het uitlaten van zijn hond. Het bleken meteorieten van de vuurbol te zijn.

Bron: New Year Italian meteorite recovered! via IMO.net

Vuurbol op 28 juni: wat weten we dusver?

Op vrijdagavond omstreeks 21:30 verscheen in de vroege schemering een heldere vuurbol boven Nederland. Ruim 500 mensen maakten tot nu toe melding van het fenomeen bij het vuurbolmeldpunt. Opmerkelijk was dat de vuurbol gepaard ging met supersonische knallen. Deskundigen van de Werkgroep Meteoren doen onderzoek naar het fenomeen.

Ooggetuigen maakten op grote schaal melding van de vuurbol via het vuurbolmeldpunt. Van de 500 binnengekomen meldingen kwam het overgrote deel via de landelijke Werkgroep Meteoren (n=379). Ook kwamen er meldingen uit België en Duitsland. Enkele tientallen waarnemers maakte ook melding van het uiteenvallen (fragmentatie) van de vuurbol. Op basis van een deel van de waarnemingen is er vroeg in de nacht al een eerste analyse gemaakt van het voorlopige traject. Alle online meldingen zijn ook automatisch verwerkt, waarvan het resultaat hieronder te zien is. Enig voorbehoud is dat voor dit grondpad de waarnemingen nog niet zijn gefilterd. 

Een automatisch gegenereerde kaart op basis van 341 waarnemingen die zijn gemeld via het vuurbolmeldpunt van IMO. Op deze ‘hittekaart’ zijn de rode kleuren de gebieden met de meeste waarnemers. Enig voorbehoud is dat voor dit grondpad de waarnemingen nog niet zijn gefilterd.

Oproep: deel camerabeelden

Door de vroege verschijning van de vuurbol waren de cameranetwerken in Nederland nog niet actief. Het hele luchtruim is weliswaar afgedekt, maar er is een bepaalde mate van duisternis nodig om fenomenen vast te leggen. Rond 21.30 was het te licht. Zodoende roepen we het publiek op om camerabeelden in te sturen naar de Werkgroep Meteoren (info@werkgroepmeteoren.nl). Nieuwe beelden kunnen bijdragen aan een betere berekening van het lichtspoor. Dat kunnen foto’s en video’s, maar ook dashcambeelden zijn. Inmiddels lijken ook de eerste filmbeelden van de vuurbol van vrijdagavond te zijn opgedoken.

Achter de schermen hebben de deskundigen van de Werkgroep Meteoren nauw contact met andere meteoorexperts in Nederland en onderzoekers verbonden aan Naturalis en aan de universiteit. Gezamenlijk proberen ze de omstandigheden van de vuurbol in meer detail te reconstrueren. 

Supersonische knallen en infrageluid

Veel mensen die de vuurbal zagen, maakten ook melding van geluiden zoals doffe knallen. Dergelijk geluid is hoorbaar wanneer een object door de geluidsbarrière gaat, het zijn supersonische knallen (‘sonic booms‘). De onderstaande kaart geeft een overzicht waarbinnen de geluidswaarnemingen zijn gedaan door ooggetuigen. Ook bij andere meldpunten kwamen meldingen van het geluid binnen. Extra opvallend is dat dit de eerste na-oorlogse vuurbol is waarbij er op grote schaal supersonische knallen door het land werden gehoord. De laatste keer dat dit gebeurde was in 1843, toen nabij Utrecht een grote meteoriet insloeg.

Via de Werkgroep Meteoren wordt er ook met een amateur-infrageluidstation waarnemingen gedaan. Infrageluid is het voor de mens onhoorbaar geluid dat vaak gepaard gaat met explosies en supersonische knallen. Het team achter dit station heeft geen detectie van de vuurbol, maar dat is anders bij het meetnetwerk van het KNMI. Prof. Läslo Evers meldt ons dat “er infrageluidssignalen zijn gemeten van deze vuurbol. Het sterkst op instrumenten op vliegbasis Deelen en afnemend in sterkte naar het westen in onder andere De Bilt en Cabauw. Dit duidt op een bron boven oostelijk NL, wat volgens mij conform de visuele waarnemingen is“.

Detailkaart waarop de groene ovaal het gebied omlijnt waarbinnen ooggetuigen geluiden hebben waargenomen en dit hebben aangegeven via het vuurbolmeldpunt. De rode kleuren geven de waarneemdichtheid weer van alle waarnemers. Binnen het omlijnde gebied waren er zo’n 40 meldingen van geluid.

Meteorieten

Het lichtfenomeen noemen we de meteoor of, zoals nu in zeer heldere gevallen, vuurbol. Op sociale media werd veel melding gemaakt dat mensen een ‘meteoriet’ zagen, waar dus het fenomeen van de vuurbol werd bedoeld. Als het object dat de vuurbol produceerde niet helemaal is opgebrand, bestaat de kans dat er restanten zijn ingeslagen. Dat noemen we meteorieten, waarvan er in de afgelopen 200 jaar slechts 6 zijn gevallen in Nederland. Op dit moment zijn er geen meldingen bij het landelijke meteorietenmeldpunt binnengekomen. Het meldpunt werkt nauw samen met experts van onderzoeksinstelling Naturalis. 

Van wat er dusver bekend is over de daglichtvuurbol van 28 juni j.l., moeten vooral inwoners in de noordwestkop van Overijssel alert zijn voor bijzondere stenen. Wat maakt een steen in onze ogen “bijzonder“? Lees alles in onze determinatiehulp en neem bij twijfel contact op met de experts van het landelijke meteorietenmeldpunt.

Op basis van de ooggetuigenverslagen ontvangen via het vuurbolmeldpunt, maakt meteoorwaarnemer Marco Langbroek ook een kaart van de mogelijke eindpunt van de vuurbol. Zonder beschikbaar beeldmateriaal is de onzekerheid van deze zone nog groot en daarom zijn we op zoek naar aanvullend beeldmateriaal om de berekeningen te verfijnen. Kaart: Marco Langbroek
Meer weten?

Gepubliceerd: 29 juni 8:23. Laatste update: 1 juli 19:45

Diepenveen-meteoriet heeft mogelijk overeenkomsten met de planetoïde Ryugu

De Diepenveen-meteoriet viel op 27 oktober 1873, maar werd pas in 2012 in een privé-collectie herontdekt voor de wetenschap. Nu publiceert een team van 26 onderzoekers van verschillende internationale onderzoeksinstituten – met Marco Langbroek van Naturalis Biodiversity Center als eerste auteur – de resultaten van grondig onderzoek naar de ‘Diepenveen’ in Meteoritics & Planetary Science. Opvallend: de steen is na anderhalve eeuw omzwervingen op aarde nog verrassend vers én vertoont mogelijk overeenkomsten met de planetoïde Ryugu waarop de Japanse ruimtesonde Hayabusa 2 eerder dit jaar is geland. Het wordt spannend om, als Hayabusa 2 in 2020 terug naar aarde komt met steenmonsters, de materialen te vergelijken.

De steenmeteoriet ‘Diepenveen’ is in 2012 herontdekt in een privécollectie door een oud-conservator van het Eise Eisinga Planetarium. Eind 2013 werd de steen door de toenmalige eigenares geschonken aan de rijkscollectie, beheerd door Naturalis Biodiversity Center in Leiden. Bij het nu gepubliceerde onderzoek waren in Nederland ook de VU Amsterdam, het KNMI en de KNVWS betrokken.

De Diepenveen-meteoriet. Foto credit: Sebastiaan de Vet/ Naturalis Biodiversity Center

Verschillende impacts

De meteoriet behoort tot het CM-type van de koolstofchondrieten, een speciale groep meteorieten met soms honderden soorten organische moleculen. De Diepenveen is een zogeheten ‘regoliet’, materiaal dat afkomstig is van een door inslagen flink omgewoeld en tot stof en brokstukjes vergruisd oppervlak. Het materiaal wijkt echter op een aantal punten flink af van andere meteorieten van het CM-type:

  • de zuurstofisotopen (variaties van het zuurstofatoom) zijn lichter dan in andere stenen van deze groep;
  • sommige delen van de steen zijn minder omgezet door contact met water in de ruimte dan gangbaar;
  • het Diepenveen-materiaal heeft verschillende inslagen meegemaakt, waarbij de laatst gedateerde grote inslag zo’n 1,5 miljard jaar geleden plaatsvond in de planetoïdengordel, wat behoorlijk jong is voor ons zonnestelsel;
  • het materiaal heeft na de laatste inslag, toen het C/Cg-type moederlichaam onder invloed van Jupiter-verstoringen al in een baan dichter bij de aarde terecht was gekomen, nog zo’n 3 tot 5 miljoen jaar als klein object van ongeveer een halve meter doorsnee door de ruimte gevlogen. Dat is veel langer dan normaal bij dit type meteoriet.

Samenstelling

De onderzoekers hebben veel koolstofverbindingen (organische moleculen, zoals aminozuren) gevonden die ook in sommige andere meteorieten voorkomen, maar ze bleken andere samenstellingen en verhoudingen te hebben. De verhouding van twee belangrijke aminozuren in de steen lijkt juist niet op die van andere meteorieten van het CM type, maar wél op die van meteorieten van een heel ander type (CI). De Diepenveen lijkt nog het meeste op een CM-meteoriet die in 1979 in Antarctica is gevonden, Yamato 793321. Indirect geeft dat ook een bevestiging dat de bijzondere eigenschappen hun oorsprong vinden in processen in de ruimte, want de Diepenveen en Y-793321 hebben na hun val op aarde een compleet andere geschiedenis meegemaakt. De Diepenveen heeft eigenschappen van verschillende meteorieten uit verschillende groepen en kan daardoor mogelijk als een ‘kosmische bruggenbouwer’ die meteorietsoorten met elkaar verbinden.

“Als Hayabusa 2 in 2020 naar de aarde terugkomt met kleine gesteentemonsters is het spannend om het materiaal met Diepenveen te kunnen vergelijken.”

Leo Kriegsman, Naturalis

Diepenveen en planetoïde Ryugu

De eigenschappen van Diepenveen zette de onderzoekers op een zoektocht naar planetoïden die kunnen lijken op de ruimterots waarvan Diepenveen ooit afbrak. Ze kwamen er een op het spoor door te kijken hoe zonlicht weerkaatst wordt door vergruisde oppervlakken. Het reflectiespectrum van de Diepenveen lijkt op dat van de koolstofrijke planetoïde Ryugu, een ruimterots van ongeveer een kilometer doorsnee waarop de Japanse ruimtesonde Hayabusa 2 op 21 februari 2019 is geland. “Hier op aarde kun je gesteente vaak in context beter begrijpen, maar dat is met een steenmeteoriet uit het zonnestelsel een stuk lastiger. Ruimtemissies kunnen dus uitkomst bieden”, licht Naturalis-onderzoeker en mede-auteur Sebastiaan de Vet toe. Mogelijk bestaat een deel van het oppervlak van Ryugu dus uit materiaal dat vergelijkbaar kan zijn met de Diepenveen-meteoriet. “Overeenkomsten tussen meteorieten en planetoïden zijn vrij zeldzaam, dus als Hayabusa 2 in 2020 naar de aarde terugkomt met kleine gesteentemonsters is het spannend om het materiaal met Diepenveen te kunnen vergelijken”, voegt Leo Kriegsman daar aan toe, die als Naturalis-onderzoeker ook meewerkte aan de studie. Diepenveen kan op deze manier mogelijk nieuwe aanwijzingen geven over de bouwstenen en de processen die hebben bijgedragen aan het ontstaan van de rotsplaneten en misschien zelfs aan het leven op onze planeet.

 


Bron: Persbericht van het Naturalis Biodiversity Center.  Beeld en tekst mag alleen overgenomen worden met vermelding van de juiste credits.

Bijdrage Werkgroep Meteoren: Binnen het onderzoek was er ook een rol weggelegd voor leden van de Werkgroep Meteoren. Niek de Kort was na de initiële herontdekking betrokken vanuit het Meteoriet Documentatie Centrum en trok het historische onderzoek. Jacob Kuiper dook de weerarchieven in en reconstrueerde de weersomstandigheden rondom de inslag in 1873. Sebastiaan de Vet verzorgde de spectroscopische metingen die bijdroegen aan het leggen van de link naar Ryugu en maakte een 3D-model om de dichtheid van de meteoriet te bepalen.