Diepenveen-meteoriet heeft mogelijk overeenkomsten met de planetoïde Ryugu

De Diepenveen-meteoriet viel op 27 oktober 1873, maar werd pas in 2012 in een privé-collectie herontdekt voor de wetenschap. Nu publiceert een team van 26 onderzoekers van verschillende internationale onderzoeksinstituten – met Marco Langbroek van Naturalis Biodiversity Center als eerste auteur – de resultaten van grondig onderzoek naar de ‘Diepenveen’ in Meteoritics & Planetary Science. Opvallend: de steen is na anderhalve eeuw omzwervingen op aarde nog verrassend vers én vertoont mogelijk overeenkomsten met de planetoïde Ryugu waarop de Japanse ruimtesonde Hayabusa 2 eerder dit jaar is geland. Het wordt spannend om, als Hayabusa 2 in 2020 terug naar aarde komt met steenmonsters, de materialen te vergelijken.

De steenmeteoriet ‘Diepenveen’ is in 2012 herontdekt in een privécollectie door een oud-conservator van het Eise Eisinga Planetarium. Eind 2013 werd de steen door de toenmalige eigenares geschonken aan de rijkscollectie, beheerd door Naturalis Biodiversity Center in Leiden. Bij het nu gepubliceerde onderzoek waren in Nederland ook de VU Amsterdam, het KNMI en de KNVWS betrokken.

De Diepenveen-meteoriet. Foto credit: Sebastiaan de Vet/ Naturalis Biodiversity Center

Verschillende impacts

De meteoriet behoort tot het CM-type van de koolstofchondrieten, een speciale groep meteorieten met soms honderden soorten organische moleculen. De Diepenveen is een zogeheten ‘regoliet’, materiaal dat afkomstig is van een door inslagen flink omgewoeld en tot stof en brokstukjes vergruisd oppervlak. Het materiaal wijkt echter op een aantal punten flink af van andere meteorieten van het CM-type:

  • de zuurstofisotopen (variaties van het zuurstofatoom) zijn lichter dan in andere stenen van deze groep;
  • sommige delen van de steen zijn minder omgezet door contact met water in de ruimte dan gangbaar;
  • het Diepenveen-materiaal heeft verschillende inslagen meegemaakt, waarbij de laatst gedateerde grote inslag zo’n 1,5 miljard jaar geleden plaatsvond in de planetoïdengordel, wat behoorlijk jong is voor ons zonnestelsel;
  • het materiaal heeft na de laatste inslag, toen het C/Cg-type moederlichaam onder invloed van Jupiter-verstoringen al in een baan dichter bij de aarde terecht was gekomen, nog zo’n 3 tot 5 miljoen jaar als klein object van ongeveer een halve meter doorsnee door de ruimte gevlogen. Dat is veel langer dan normaal bij dit type meteoriet.

Samenstelling

De onderzoekers hebben veel koolstofverbindingen (organische moleculen, zoals aminozuren) gevonden die ook in sommige andere meteorieten voorkomen, maar ze bleken andere samenstellingen en verhoudingen te hebben. De verhouding van twee belangrijke aminozuren in de steen lijkt juist niet op die van andere meteorieten van het CM type, maar wél op die van meteorieten van een heel ander type (CI). De Diepenveen lijkt nog het meeste op een CM-meteoriet die in 1979 in Antarctica is gevonden, Yamato 793321. Indirect geeft dat ook een bevestiging dat de bijzondere eigenschappen hun oorsprong vinden in processen in de ruimte, want de Diepenveen en Y-793321 hebben na hun val op aarde een compleet andere geschiedenis meegemaakt. De Diepenveen heeft eigenschappen van verschillende meteorieten uit verschillende groepen en kan daardoor mogelijk als een ‘kosmische bruggenbouwer’ die meteorietsoorten met elkaar verbinden.

“Als Hayabusa 2 in 2020 naar de aarde terugkomt met kleine gesteentemonsters is het spannend om het materiaal met Diepenveen te kunnen vergelijken.”

Leo Kriegsman, Naturalis

Diepenveen en planetoïde Ryugu

De eigenschappen van Diepenveen zette de onderzoekers op een zoektocht naar planetoïden die kunnen lijken op de ruimterots waarvan Diepenveen ooit afbrak. Ze kwamen er een op het spoor door te kijken hoe zonlicht weerkaatst wordt door vergruisde oppervlakken. Het reflectiespectrum van de Diepenveen lijkt op dat van de koolstofrijke planetoïde Ryugu, een ruimterots van ongeveer een kilometer doorsnee waarop de Japanse ruimtesonde Hayabusa 2 op 21 februari 2019 is geland. “Hier op aarde kun je gesteente vaak in context beter begrijpen, maar dat is met een steenmeteoriet uit het zonnestelsel een stuk lastiger. Ruimtemissies kunnen dus uitkomst bieden”, licht Naturalis-onderzoeker en mede-auteur Sebastiaan de Vet toe. Mogelijk bestaat een deel van het oppervlak van Ryugu dus uit materiaal dat vergelijkbaar kan zijn met de Diepenveen-meteoriet. “Overeenkomsten tussen meteorieten en planetoïden zijn vrij zeldzaam, dus als Hayabusa 2 in 2020 naar de aarde terugkomt met kleine gesteentemonsters is het spannend om het materiaal met Diepenveen te kunnen vergelijken”, voegt Leo Kriegsman daar aan toe, die als Naturalis-onderzoeker ook meewerkte aan de studie. Diepenveen kan op deze manier mogelijk nieuwe aanwijzingen geven over de bouwstenen en de processen die hebben bijgedragen aan het ontstaan van de rotsplaneten en misschien zelfs aan het leven op onze planeet.

 


Bron: Persbericht van het Naturalis Biodiversity Center.  Beeld en tekst mag alleen overgenomen worden met vermelding van de juiste credits.

Bijdrage Werkgroep Meteoren: Binnen het onderzoek was er ook een rol weggelegd voor leden van de Werkgroep Meteoren. Niek de Kort was na de initiële herontdekking betrokken vanuit het Meteoriet Documentatie Centrum en trok het historische onderzoek. Jacob Kuiper dook de weerarchieven in en reconstrueerde de weersomstandigheden rondom de inslag in 1873. Sebastiaan de Vet verzorgde de spectroscopische metingen die bijdroegen aan het leggen van de link naar Ryugu en maakte een 3D-model om de dichtheid van de meteoriet te bepalen.

Vuurbol 15 februari boven België en Nederland

Op vrijdagavond 15 februari omstreeks 21:10 verscheen er een vuurbol boven Nederland en België. Uit deze en omliggende landen kwamen enkele tientallen meldingen van het hemelverschijnsel.

Rond 21:10 trad een meteoroïde de atmosfeer boven België binnen. Inmiddels hebben ruim 70 ooggetuigen via het internationale vuurbolmeldpunt hun waarneming doorgegeven. Uit de automatische analyse van deze waarnemingen blijkt dat de meteoroïde een vuurbol trok ruwweg van Leuven (B) naar Bergen op Zoom (NL) en daar uitdoofde. Een nauwkeurig pad moet nog bepaald worden aan de hand van beeldmateriaal van meteoorwaarnemers.

Maak ook een vuurbolmelding

Heb jij ook deze vuurbol gezien? Meld je waarneming bij het vuurbolmeldpunt!  Meldingen van een vuurbol worden voor verschillende dingen gebruikt. Allereerst om te bekijken of de vuurbol is vastgelegd door een van de vele automatische foto- en videocamera’s die in Nederland en elders in Europa staan opgesteld. Daarnaast kunnen we met jouw melding een eerst ruwe inschatting van het pad door de atmosfeer baan maken. 

Heatmap van vuurbolmeldingen. Na de verschijning van de vuurbol zijn er bij het internationale vuurbolmeldpunt al zo’n 75 meldingen binnengekomen, een groot deel van de Nederlandse meldingen kwam binnen via de website van de Werkgroep Meteoren.

Tweets en beelden van de vuurbol

Heb je een foto of video van de vuurbol? Deel deze dan op sociale media. Hieronder de eerste beelden die via sociale media van deze vuurbol zijn gedeeld.

Boötiden vanaf La Palma waargenomen

Hoewel het in Nederland niet mee zat met het weer, is het vannacht vanaf het Canarische eiland La Palma wel gelukt iets van de prachtige meteorenzwerm Boötiden te zien.

De veel grotere kans op goed weer op La Palma hielp natuurlijk, maar verder is La Palma minder geschikt om de Boötiden waar te nemen dan Nederland: de radiant staat lager, en staat eigenlijk alleen in de vroege ochtenduren hoog genoeg om zinvolle tellingen te doen. Met een voorspeld maximum rond 02:20UT (rond 03:30 plaatselijke tijd in Nederland), betekende het voor dit jaar dat alleen de periode net na het maximum kon worden gepakt, mede ook door de te westelijke ligging.

Vanuit het kustdorpje Los Cancajos besloot ik enkele uren Boötiden te gaan kijken en mijn waarnemingen rond 02:30 (UT) te beginnen, met een radiant dan nog onder 15 graden. Meteen viel de activiteit goed op. Boötiden zijn fraai: ze zijn langzaam en laten vrijwel alle heldere exemplaren laten een trail zien. Met de radiant nog laag waren sporen lang. Al snel werd echter duidelijk dat de plaatselijke omstandigheden deze nacht verre van ideaal waren. Een zeewind stuwde warme lucht het eiland op waardoor er altijd enige wolken waren die snel van omvang veranderden en ik soms even pauzes moest inlassen. Van een ZHR bepaling* moest ik dan ook afzien. Totaal heb ik circa 50 meteoren gezien. Gedurende de nacht nam de activiteit langzaam af, ondanks de steeds sterker stijgende radiant in de vroege uren. De meteoren van de Boötidenzwerm waren als verwacht zwak, maar er waren ook veel heldere exemplaren te zien, waaronder enkele van magnitude -2.

Ondanks dat de actie geen ZHR-waarneming heeft opgeleverd, was het beslist de moeite waard!

*Zenithal Hourly Rate – een gestandaardiseerde waarneming om internationaal tellingen te kunnen vergelijken.

Om meteoren waar te nemen vanaf La Palma hoef je niet ver te reizen, het kan vaak gewoon vanuit de bebouwde kom. Hier de waarneemplek overdag. Foto: Felix Bettonvil.


Tekstbijdrage: Felix Bettonvil

Boötiden goed te zien dit jaar

Naast de Perseïden in augustus en Geminiden in December is de Boötiden meteorenzwerm in januari (in het buitenland ook bekend als Quadrantiden) de derde grote meteorenzwerm. Ondanks zijn vergelijkbare intensiteit (een tabelwaarde, of ZHR, van 120 meteoren per uur onder goede omstandigheden), zijn de Boötiden echter beduidend minder bekend.

Voor 2019 beloofd het echter een heel goed jaar te worden, tenminste als het weer wil meewerken. Op 4 januari is de maan vrijwel nieuw, en het tijdstip van maximum (~03:00 MET) valt voor Nederland in de vroege ochtend, juist als de radiant hoog aan de hemel staat. Omstandigheden zijn daardoor optimaal.

De activiteit van de Boötiden is daarentegen kort, slechts enkele uren, waardoor ze bij ongunstige weersomstandigheden gemakkelijk kunnen worden gemist.

De Boötiden zijn een ongewone, complexe, zwerm, die enige onvoorspelbaarheid in zich heeft, waardoor verrassingen (tot wel een halve dag eerder of later ten opzichte van het maximum) niet uitgesloten zijn. Lang werd aangenomen dat de komeet 96P/Machholz moederlichaam van de Boötiden was, maar de 15 jaar geleden ontdekte vermoedelijk komeetachtige planetoïde 2003 EH1 wordt nu als hoofdbron aangemerkt. Veel is nog niet goed bekend. Waarnemingen aan deze zwerm, zowel visueel als instrumenteel, zijn daardoor erg welkom!

Meer lezen:

International Meteor Conference 2018 in Slovakia: an in-depth look back

It is already two weeks since the annual International Meteor Conference (IMC) took place. This year the conference was hosted by Modra Observatory of the Comenius University in Bratislava and took place in Pezinok, not far from the capital. With 127 participants from 28 countries and fully booked, the conference thanks to its splendid organization, excelled in being a great success.

The IMC was just after the General Assembly of the International Astronomical Union (IAU) and attracted an extra number of professionals. As always: the conference is a great opportunity to meet with participants around the globe, works as magnet, being the ideal place for cross fertilization!

A field where professionals and amateurs meet

Meteor science is one of the very few astronomy specializations were amateurs and professionals have a tight relation. Even today they work together and make use of each other’s work. An excellent example is the visual work which would be impossible without amateurs as they take care of the majority of (if not all) observations. All visual recordings are stored in a central database and together form the biggest long-term archive on meteor shower activity and due to the standardized observing method, provide a wealth of information for shower evolution studies and models, including prediction work. Video networks, I think, are the other area where amateurs significantly contribute. But video technology quickly evolves, resulting in many different technical solutions, and thus standardization unfortunately is much more difficult. This is -even today- the power of visual work!

Workshops

This year the conference was preceded by two workshops: one on visual data reduction; the other one on spectroscopic work. For conference participants that could not attend these workshops, exciting summaries were given in the main conference. Great highlight was that the new visual ‘R’ analysis software was applied to a very recent set of data: the Perseids 2018, which soon will result in a paper in WGN, being very encouraging news.

Spectroscopy among amateurs has since long been a rare field. Since a few years, it gains interest, thanks to the availability of sensitive video cameras and relatively cheap gratings. A link to the scientific use (and needs) still seemed missing and many questions arose. The spectroscopy workshop exactly focused on this, dug into problems with calibration and which spectral resolution is needed to contribute to our scientific understanding. Two great talks clearly showed what can be done, if next to flux and orbital elements also the spectral composition is known.

Fireballs are a hot topic in the community

Fireballs and meteorites are evidently becoming an increasingly large topic: they are ‘hot’. Fireball networks, hunting for new meteorites, grow and gain in quality. Knowing that worldwide there are not more than a few tens of meteorite recoveries that also have an accurate orbit, explains maybe why: the combination of meteorite and orbit is very valuable. At the IMC it became clear that fireball cameras still gain in accuracy, and networks spread around the world. Although meteorites are not precisely our topic, nor are asteroids and comets, the chain comets/asteroids – meteoroids – meteors – meteorites is an exciting one, as together they learn so much on the formation of our solar system. The space (sample and/or recovery) missions to asteroids and comets add (new) knowledge to our parameter space.

The IMC also showed how our modern ‘social network’ world (a.) creates enhanced awareness among the public on meteor showers and fireballs and (b.) provides a source of new information (‘citizen science’). The largest fireball event captured by the IMO fireball form contains no less than 2000 reports!

Diverse and still diversifying

Meteor science, as other areas of astronomy, both contains observational work as well as theoretical work (models) to explain these observations, gain our understanding in, e.g., predicting new events. A typical IMC now covers it all: observations (balloon missions!, automated radio data analysis), simulations (a new realistic meteor shower simulator), neural network software development, high-tech lab experiments and even backyard experiments with an air cannon! This year we learned on meteorite ablation, that most shower meteors fragment, and almost all of them decelerate. Hyperbolic orbits are still frequently seen and the Geminid shower, while already being the ’shower of the year’ will keep doing that by slowly but steadily increasing its activity.

If you are interested, then put the IMC 2019 in your agenda (Bollmansruh, Germany, October 3-6, 2019), and maybe also Meteoroids 2019 (June 17-21, Bratislava, Slovakia). This tri-annual conference is a real professional one but has one session on amateur work too, which so well illustrates how well appreciated amateur work is. Meteor science indeed is exciting. But we should never forget that meteor astronomy is our hobby, and the fun of it is our biggest motivator. IMCs with their splendid atmosphere clearly contribute to it. Organizers, thanks again for this wonderful event!

Did you miss this IMC? Go to the program and check most of the presentations given by the participants. And stay tuned for the Proceedings of the IMC!

 


Tekstbijdrage: Felix Bettonvil. Dit bericht is oorspronglijk gepubliceerd op de website de internationale meteorenvereniging IMO.