Boötiden vanaf La Palma waargenomen

Hoewel het in Nederland niet mee zat met het weer, is het vannacht vanaf het Canarische eiland La Palma wel gelukt iets van de prachtige meteorenzwerm Boötiden te zien.

De veel grotere kans op goed weer op La Palma hielp natuurlijk, maar verder is La Palma minder geschikt om de Boötiden waar te nemen dan Nederland: de radiant staat lager, en staat eigenlijk alleen in de vroege ochtenduren hoog genoeg om zinvolle tellingen te doen. Met een voorspeld maximum rond 02:20UT (rond 03:30 plaatselijke tijd in Nederland), betekende het voor dit jaar dat alleen de periode net na het maximum kon worden gepakt, mede ook door de te westelijke ligging.

Vanuit het kustdorpje Los Cancajos besloot ik enkele uren Boötiden te gaan kijken en mijn waarnemingen rond 02:30 (UT) te beginnen, met een radiant dan nog onder 15 graden. Meteen viel de activiteit goed op. Boötiden zijn fraai: ze zijn langzaam en laten vrijwel alle heldere exemplaren laten een trail zien. Met de radiant nog laag waren sporen lang. Al snel werd echter duidelijk dat de plaatselijke omstandigheden deze nacht verre van ideaal waren. Een zeewind stuwde warme lucht het eiland op waardoor er altijd enige wolken waren die snel van omvang veranderden en ik soms even pauzes moest inlassen. Van een ZHR bepaling* moest ik dan ook afzien. Totaal heb ik circa 50 meteoren gezien. Gedurende de nacht nam de activiteit langzaam af, ondanks de steeds sterker stijgende radiant in de vroege uren. De meteoren van de Boötidenzwerm waren als verwacht zwak, maar er waren ook veel heldere exemplaren te zien, waaronder enkele van magnitude -2.

Ondanks dat de actie geen ZHR-waarneming heeft opgeleverd, was het beslist de moeite waard!

*Zenithal Hourly Rate – een gestandaardiseerde waarneming om internationaal tellingen te kunnen vergelijken.

Om meteoren waar te nemen vanaf La Palma hoef je niet ver te reizen, het kan vaak gewoon vanuit de bebouwde kom. Hier de waarneemplek overdag. Foto: Felix Bettonvil.

Tekstbijdrage: Felix Bettonvil

Jaaroverzicht 2018

Terwijl op oudejaarsdag de uren en minuten langzaam wegtikken naar 2019, blikken we voor meteoorminnend Nederland terug op enkele hoogtepunten en bijzondere ontwikkelingen van het afgelopen jaar.

Het jaar 2018 was wederom een interessant jaar voor liefhebbers van meteoren, vuurbollen en meteorieten. Op verschillende manieren vielen deze fenomenen weer op naast de gebruikelijk waarneemactiviteiten. Als we een aantal hoogtepunten van het afgelopen jaar op een rij zetten, zien we óók dat dit jaar qua fenomenen erg divers was.

In het voorjaar werden er bijvoorbeeld weer mooie lichtende nachtwolken of ‘noctilucent clouds’ (NLCs) door verschillende waarnemers gesignaleerd. Het verschijnsel ontstaat door fijnstof hoog in de atmosfeer dat onder meer afkomstig is van meteoren.

De Perseïden maakten weer hun opwachting en op veel plekken werd een poging genomen om ze waar te nemen, zo bleek uit ons overzicht. Bewolking bleek in Nederland de grote spelbreker tijdens het maximum van de Perseïden. Vanuit het buitenland konden Nederlandse meteoorwaarnemers het Perseïdenmaximum tijdens de maximumnacht wel goed waarnemen van de donkere berg Debelo Brdo in Servië. 

Een jaar vol lustrums

Zelden vallen er in één jaar zoveel bijzondere lustrums samen als in 2018. Zo was het op 1 mei j.l. precies 75 jaar geleden dat de illustere voorganger van de Werkgroep Meteoren, de Astroclub, werd opgericht. Daarnaast was het op 7 augustus, ook 65 jaar geleden dat de allereerste meteorenfoto in Nederland werd gemaakt door Machiel Alberts met een zelfgebouwde meteorencamera. De camera is tegenwoordig voor het publiek te bezichtigen in de we tentoonstelling van sterrenwacht Sonnenborgh in Utrecht. Volgend jaar zullen we meer bekend maken over het plan om een speciale fotografieprijs in te stellen, de ‘Alberts Award‘, als aanmoedigingsprijs voor de meteoorfotografie.

Er was in 2018 overigens nóg een bijzonder jubileum te vieren. Namelijk het 175-jarig jubileum van de grootste meteoriet van ons land. Op 2 juni 1943 vond een meervoudige meteorietinslag plaats waarbij twee meteorieten neervielen in de weilanden nabij de stad Utrecht. Ter gelegenheid van dit ‘inslaglustrum’ werd er in samenwerking met sterrenwacht Sonnenborgh in Utrecht een speciaal meteorietenweekend georganiseerd.  Mede dankzij een 3D-model dat gemaakt is van het grootste fragment, de Blaauwkapel, konden het Loevenhoutje voor het eerst na de inslag weer met zijn wederhelft worden herenigd. Daarnaast organiseerden we met Sonnenborgh een mini-expo en een bijzonder avondprogramma op 2 juni, en was er op zondag 3 juni een speciale science show over meteoren en meteorieten en kans om tijdens het meteorietenspreekuur deskundigen van het Meteoriet Documentatie Centum te spreken.

De grootste meteoriet van Nederland. Op 2 juni 1843 sloegen twee fragmenten van deze
meteoriet in nabij de stad Utrecht. Dit is het Loevenhoutje, de kleinste van de twee. Foto: Sebastiaan de Vet

De Foo Fighters vuurbol

Op zaterdagavond 16 juni verscheen een vuurbol omstreeks 23:11 in de diepe schemering. De vuurbol was een extra opvallende verschijning omdat van de bolide tijdens het optreden van de Foo Fighters langs Pinkpop scheerde. Al werd deze door sommigen omgedoopt tot de “Pinkpopvuurbol”, wij vinden Foo Fighters Vuurbol toch iets beter allitereren. Ruim 200 ooggetuigen gaven via het internationale vuurbolmeldpunt hun waarneming door.  

Werkgroeplid Felix Bettonvil legde een paar dagen later, op 29 juni ook een mooie vuurbol vast met de HHEBBES meteorencamera. Hiervan kwamen eveneens ruim 200 meldingen binnen bij het internationale vuurbolmeldpunt van de IMO, waarvan een groot aantal via de website van de Werkgroep Meteoren werden doorgegeven. In de BeNeLux blijkt het algemene publiek bijzonder goed bedreven in het melden van vuurbollen via de meldpunten. 

Heatmap van vuurbolmeldingen. Na de verschijning van de ‘Foo Fighters vuurbol’ op zaterdag 16 juni omstreekt 23:11 zijn er bij het internationale vuurbolmeldpunt zo’n 200 meldingen binnengekomen.

Nieuws over technieken

Op de website hadden we ook mooi gastbijdragen van nieuwe waarneemtechnieken geschikt om meteoren en vuurbollen vast te leggen, zoals een alternatief voor een all-sky camera van Marco Verstraaten. Ook was 2018 het jaar dat het FRIPON-NL netwerk eindelijk gestalte aanneemt met de uitbreiding tot een landelijk dekkend waarneemnetwerk over heel Nederland. Internationaal staat het waarnemen van vuurbollen ook hoog op de agenda van amateurwaarnemers, dat bleek tijdens de jaarlijkse Internatinoale meteorenconferentie (IMC) die dit jaar in Slowakije plaatsvond, niet ver van Wenen en nét na de General Assembly van de International Astronomische Unie (die in 2019 haar eeuwfeest viert). Lees hier de terugblik. En wie zelf eens iets aan slijpplaatjes van meteorieten wilt ontdekken, kreeg een mooi tip voor een budget-opstelling om slijpplaatjes te bekijken.

Van historische tot kunstmatige meteoren

Naast de actualiteit waren er ook gastbijdragen die terugblikten op historische ontwikkelingen in de meteoorastronomie zoals een ‘Zonderling lugtverschijnsel’ dat de republiek in rep en roer bracht, het verhaal over een heldere meteoor in 1850, er doken unieke polygoonbeelden van de Werkgroep Meteoren op uit 1952 en we ontdekten meer over het waarnemen van kunstmatige meteoren in 1957 en de nabije toekomst

Kom jij in 2019 ons bestuur versterken?

Begin van 2018, tijdens de ALV in februari, werd het voorstel door de leden aangenomen om een nieuwe secretaris van de Werkgroep in te stellen. Na deze bestuursmutatie is er nog altijd een vacature beschikbaar in het bestuur voor een algemeen bestuurslid, bijvoorbeeld voor iemand met interesse en ervaring in fotografie, visueel waarnemen of gewoon iemand die ook gefascineerd is door meteoren. Geïnteresseerd? Neem dan contact op met het bestuur.

Het bestuur van de Werkgroep Meteoren wenst je een fijne jaarwisseling en een stralend nieuw jaar met prachtig kosmisch vuurwerk!

Boötiden goed te zien dit jaar

Naast de Perseïden in augustus en Geminiden in December is de Boötiden meteorenzwerm in januari (in het buitenland ook bekend als Quadrantiden) de derde grote meteorenzwerm. Ondanks zijn vergelijkbare intensiteit (een tabelwaarde, of ZHR, van 120 meteoren per uur onder goede omstandigheden), zijn de Boötiden echter beduidend minder bekend.

Voor 2019 beloofd het echter een heel goed jaar te worden, tenminste als het weer wil meewerken. Op 4 januari is de maan vrijwel nieuw, en het tijdstip van maximum (~03:00 MET) valt voor Nederland in de vroege ochtend, juist als de radiant hoog aan de hemel staat. Omstandigheden zijn daardoor optimaal.

De activiteit van de Boötiden is daarentegen kort, slechts enkele uren, waardoor ze bij ongunstige weersomstandigheden gemakkelijk kunnen worden gemist.

De Boötiden zijn een ongewone, complexe, zwerm, die enige onvoorspelbaarheid in zich heeft, waardoor verrassingen (tot wel een halve dag eerder of later ten opzichte van het maximum) niet uitgesloten zijn. Lang werd aangenomen dat de komeet 96P/Machholz moederlichaam van de Boötiden was, maar de 15 jaar geleden ontdekte vermoedelijk komeetachtige planetoïde 2003 EH1 wordt nu als hoofdbron aangemerkt. Veel is nog niet goed bekend. Waarnemingen aan deze zwerm, zowel visueel als instrumenteel, zijn daardoor erg welkom!

Meer lezen:

Kunstmatige meteoren

Fritz Zwicky (1889-1974) was een Zwitserse natuur- en sterrenkundige, die in 1943 hoofd van het onderzoeksdepartement werd van de toen nieuwe ‘Aerojet Engineering Corporation in Pasadena’ (Californië). Na de Tweede Wereldoorlog maakte hij deel uit van het Amerikaanse team dat naar Europa kwam om de Duitse rakettechologie te bemachtigen. Die technologie gebruikte hij later om kunstmatige meteoren te onderzoeken.

Toen Fritz Zwicky weer terug was in de Verenigde Staten begon hij uit te zoeken hoe de Duitse V2-rakettechologie kon worden ingezet voor de bestudering van  de hogere lagen van de aardatmosfeer. In die tijd werden de eigenschappen van de buitenste lagen van de dampkring onder meer gekarakteriseerd door het waarnemen van meteoren. Die methode had de nodige haken en ogen, en daarom stelde Zwicky voor kunstmatige meteoren te creëren, met behulp van raketten.

Kunstmatige meteoren met bekende eigenschappen

Met behulp van een raket, zo redeneerder Zwicky, kon een explosieve lading tot op grote hoogte worden gebracht, waarna de lading bij ontploffing metaalslakken wegslingert met een hypersnelheid. Die snelheid is vergelijkbaar met de 10 tot 15 kilometer per seconde waarmee de detonatiegolf van het explosief voortbeweegt. Een dergelijk hoge snelheid is voldoende om een kunstmatige meteoor te verkrijgen, waarvan de massa en samenstelling exact bekend is; aldus kan nauwkeurig de fysische en chemische eigenschappen van de dampkring op hoogten van 40 tot 110 kilometer worden bepaald.

Van tegenslag naar succes

De eerste proefneming met een explosieve lading gebeurde op 17 december 1947 met een van de Duitsers geconfisqueerde V2-raket. De kunstmatige meteoren die hij zou veroorzaken, zouden door telescopen op de grond kunnen worden waargenomen. Hoewel de V2-raket de beoogde hoogte van 188 kon bereiken, gingen de explosieve ladingen niet volgens planning af op hoogten van 37, 46 en 55 kilometer; de proef mislukt.

Jaren van meer testen volgden. In 1955 waren er succesvolle proeven met gebruikmaken van grote-hoogte-ballonnen. Deze successen maakten de weg vrij voor nieuwe experimenten met een raket, waarbij deze keer de tweetraps Aerobee-sondeerraket (onderzoeksraket) werd ingezet.

Op 16 oktober 1957 was het eindelijk zover. Een Aerobee-raket met het kunstmatige-meteoorexperiment aan boord, werd gelanceerd vanaf Holloman Air Force Base in New Mexico. Na 45 seconden was de tweede trap door zijn brandstof heen en klom de raket verder. Tien seconden later, op 56 kilometer hoogte, werd de experimentele lading afgescheiden. Na 36 seconden ontplofte die lading op ongeveer 85 kilometer hoogte. De flits die daarop volgde, kon gemakkelijk worden waargenomen, niet alleen met camera’s en telescopen in de omgeving, maar ook met de 46 centimeter en 1,2 meter Schmidt-telescopen van Mount Palomar Observatory, 1000 kilometer verderop. Die registreerden een groene flits van magnitude -5 tot -6.

Kunstmatige meteoor. De helderste lichtvlek op de opname is de kunstmatige meteoor die op 16 oktober 1957 met een Aerobee-sondeerraket werd veroorzaakt. Volgcamera’s wezen uit, dat ten minste één jet (bij pijl) de aarde ontsnapte en in een baan om de zon terechtkwam. De foto werd op 24 november 1957 door het ANP en andere persbureaus wereldkundig gemaakt. Foto: uit het archief van Sterrenwacht Halley.

In een baan om de zon

De explosie op 16 oktober veroorzaakte twee jets met aluminium kogeltjes, die met hypersnelheid uitdijden. Een ervan ging trager dan de ander, zo’n 3 tot 5 kilometer per seconde, en boog af naar de aarde; deze jet bestond uit zwaardere metalen slakken. De snellere en ook helderste jet had een snelheid van ten minste 15 kilometer per seconde. Aangezien de dampkring op 85 kilometer hoogte uiterste ijl is, is zo goed als zeker dat sommige van deze deeltjes boven de ontsnappingssnelheid van de aarde (11,2 kilometer per seconde) zijn uitgekomen en in een baan om de zon zijn aanbeland. Het onderzoek aan de dampkring door middel van kunstmatige meteoren, bracht dus een onverwachte primeur voor de Verenigde Staten met zich mee: de lancering van de eerste door mensen vervaardigde voorwerpen in een baan om de zon. Dat gebeurde twaalf dagen nadat de Russen de eerste kunstmaan, Spoetnik 1, in de kosmos brachten en daarmee het begin van het ruimtevaarttijdperk inluidden.

Het experiment van Zwicky met kunstmatige meteoren werd een groot succes. Maar zijn plannen om met zijn verbeterde technologie een bijdrage te leveren aan de verkenning van de ruimte legden het af tegen meer conventionelere rakettechnologie die voor dat doel werd ontwikkeld. Zwicky’s experiment bleek slechts een interessante voetnoot te zijn bij de ontstaansgeschiedenis van het ruimtetijdperk.

Kunstmatige meteoren op bestelling

Decennia later is er een nieuwe toepassing van kunstmatige meteoren bedacht en wel door een bedrijf in Tokio, ALE genaamd, dat zich presenteert als ‘Creator of the world’s first artificial shooting star creation technology’. Het bedrijf is opgericht door de ondernemer Lena Okajima, die op het idee kwam toen hij eind jaren 90 als student sterrenkunde de Leonidenregens zag.

ALE bereidt een spectaculair hemels vuurwerk voor, dat in 2020 boven de hoofden van de inwoners van Hiroshima zal worden ontstoken. ALE ontwikkelt sinds 2011 een technologie die het mogelijk maakt ‘vallende sterren’ na te bootsen door vanuit microsatellieten in een baan om de aarde kleine balletjes de dampkring in te sturen. Door de wrijving met de luchtmoleculen verbranden de balletjes, waarbij zij een heldere lichtgloed in allerlei kleuren uitzenden. Op deze wijze wordt een prachtige kleurrijke meteorenregen gesimuleerd, die op de grond in een gebied van 200 kilometer in diameter kan worden waargenomen. De balletjes verbranden helemaal, en vormen dus geen risico op de grond. Als deze meteorenshow een succes wordt in Hiroshima, zal die waarschijnlijk ook elders in de wereld worden vertoond.

Bronnen:

 


Tekstbijdrage: Urijan Poerink

‘Zonderling lugtverschijnsel’ bracht republiek in rep en roer

Ruim twee eeuwen geleden zorgde een heel heldere meteoor of vuurbol met een langdurig nalichtend spoor voor flink wat opschudding in ons land.

Nederland heette toen de Bataafse Republiek en het was nog een tijd dat zich hoog boven de hoofden van onze voorouders lucht- en lichtverschijnselen voordeden die niemand goed begreep. Een vallende ster was zo’n verschijnsel. Er bestonden wel theorieën volgens welke de oorzaak van dit fenomeen buiten de aarde moest worden gezocht, maar bewijzen waren er nog niet. Pas in de loop van de negentiende eeuw begonnen de geleerden de ware aard van meteoren te doorgronden.

Op woensdagavond 23 oktober 1805 werd de drost van het elfde drostambt van Friesland (Menaldumadeel, Het Bilt en Ferwerderadeel) opgeschrikt door een “zonderling lugtverschijnsel”. De drost heette Daniël Hermannus Beucker Andreae,  Hij gaf een zakelijke weergave van zijn waarneming  en waagde zich niet aan een verklaring:

 “23-10 [-1805] ’s av. tusschen 7 en 8 uur vertoonde zich een zonderling lugtverschijnsel, door mij zelfs gezien digt bij Harlingen, doch niet in ’t begin. In ’t eerst was het even een zich zeer snel bewegende vuurbal of liever een vurige lijn, gevende een uitnemend helder ligt van zich, zoo dat alles meer verligt was als volle maan, weldra deelde zich deze lijn in twee evenwijdige allengs weer meer zich krommende als een S, bij na int zenith war het ligt langszaam verflauwde, veel hebbende van den glans van het noorderligt, of flauwe phosphorische damp, war door heen men de starren kon zien, ’t wierd eindelijk een klein wolkje of vlokje, doch heeft van ’t begin af wel een groot quartier zeer zichtbaar geweest in de hele republiek, waaruit blijkt dat het in ’t allerhoogste deel der dampkring heeft plaats gehad.

Ook Bartholomeus Doorenweerd wist niet wat hem op die woensdagavond 23 oktober 1805 overkwam toen hij getuige was van het vurige verschijnsel aan het firmament. Hij was de pastoor van Emmeloord, destijds een dorpje op het eiland Schokland in de Zuiderzee, hemelsbreed 65 kilometer van Harlingen verwijderd. Doorenweerd schreef er het volgende over in zijn Pastoraal Handboekje:

Ik ben wel geene bijgelovige aanschouwer der natuurverschijnzelen, dog hij die de geheele natuur in zijne magt heeft kan dezelve na zijn welgevallen gebruiken. Het ontbreekt in de geschiedenissen aan geene voorbeelden, dat buitengewoonlijke luchtsvernevelingen van God tot voorbetekenissen en waarschouwingen gediend hebben. 

Het mogte eens zóó zijn, dan verdiend het geweeten te worden, dat ik den 23 october dezes 1805, iets over zeven uuren ‘s avonds, te Emmeloord een vurig luchtverschijnzel zage. De wind was oost‑noord‑oost, de hemel zeer helder, de koude koelde. Een vuurstraal kwam met den wind over, zettende zich boven Emmeloord, hadt aan het westelijke einde een groote vuurkring, die een kop konde verbeelden, en was oostwaards in gekronkeld, zoodat het een vuurdraak kan genoemd worden. Het verdween in eene lichte wolkje.

God behoede deze Gemeente van pest en brand! Geeve zijnen volke Godsdienstige harten. Dat luchtverschijnzel moet ongemeen hoog in den dampkring geweest zijn, dewijl het niet alleen bijna door de geheele Republiek gezien is, maar ook veele menschen, die eenige uuren van elkanderen af waaren, het als recht boven hunne hoofden gezien hebben.

Merkwaardig luchtverschynsel, of vuurbol op 23 oktober 1805. Klik op de afbeelding voor de volledige afbeelding van de pagina.

Meer verslagen van de vuurbol

In de dagen en weken na 23 oktober 1805 verschenen in de couranten en andere publicaties berichten over de vuurbol. De correspondent van De Haagsche Courant in Duitsland meldde op 4 november 1805:

“Verleden woensdag den 23 dezer, hadden wy alhier te Hamburg in den avond omstreeks zeven uuren, een schoon luchtverschynsel, namentlyk, er vertoonde zich aan de zichteinder een groote vuurbol, die met een sterke slag uit een berstte, en daar door een zeer lange slangswyzen vuurstaart formeerde, die naa de uitbersting over de tien minuten zichtbaar was.” De redactie van de courant voegde hieraan toe: “Men heeft alhier in den Haag op dienzelfden dag en omstreeks dezenzelfden tijd, iets dergelyks buitengewoon in het Noord-Oosten aan den luchthemel in een kleine wolk, vry hoog boven den horisont gezien.

In een andere publicatie werd uitvoerige stilgestaan met het “Merkwaardig luchtverschynsel of vuur-bol, welke op den avond van den 23sten october 1805, te Amsterdam, en op vele andere plaatsen is gezien geworden, en waar van duizenden menschen ooggetuigen zyn geweest.

In deze uiteenzetting wordt de lezer gewaarschuwd tegen bijgeloof dat nog volop tierde over tekens aan de hemel. Bijgeloof waaraan zelfs pastoor Bartholomeus Doorenweerd zich schuldig maakte. Uitgelegd wordt dat kometen en luchtverschijnselen, zoals vuurbollen, net zo goed voortbrengselen zijn van de natuur als de Nieuwe en Volle Maan of wind en regen. Waarachtige Christenen moeten zich niet gedragen als bijgelovige heidenen. De goedertieren God gebruikt immers geen ‘onwisse’ en twijfelachtige middelen of wondertekens om de mensen te waarschuwen.

Als voorbeeld werd een komeet genoemd die hier was verschenen; er gebeurde niets merkwaardigs, maar na enige tijd brak in ons land de veepest uit. Was die ziekte een gevolg van de komeet? De komeet had zich aan “alle volken der aarde” vertoond, maar hebben al die volken ook de veepest gehad? Inderdaad, zo was de conclusie, dit is een te zotte vraag om er ook maar een moment bij stil te staan.

De schrijver legde uit, dat de vuurbol van 23 oktober 1805 een gewoon luchtverschijnsel was, dat alle overeenkomsten heeft met de zogenaamde vallende sterren, die heel vaak te zien zijn. Ze zijn van dezelfde aard, doch verschillen in grootte “want indien het vurige verschynsel der vallende of verschietende sterren eenige malen grooter was, dan het gewoonlyk is, zoude het ook een helder en glansryk licht van zich geven, en in een heldere lucht rondöm zich verspreiden, en die meerdere groote en snelle beweging, zou noodwendig, een grooter tegenstand der lucht ontmoeten, en daar door allerlei kromme en slangsgewijze gedaanten vertoonen, net zoo als by het groote luchtverschynsel is gebeurd.” In deze publicatie werd ook in het kort verwezen naar andere vuurbollen:

Den 8 Maart 1798, te Geneve in Zwitserland, een verbazend groote vuurbol, die een helder licht en veele vonken van zich gaf.

Den 6 november 1803. Zag men in het naburige Engeland, des avonds half 9 uuren een merkwaardig groote vuurbol, zo sterk van glans; dat het volkomen helder dag geleek; dit verschynsel scheen veele vonken en vuurvlammen uit te braken.

Behalven deze, zoo groote vuurbollen, zouden wy nog van eene menigte andere kunnen verhalen: als te Roquefort 1 en L ‘Aigle 2 in Frankrijk enz. en waarlyk er gaat geen jaar voorby, of men ziet zoo hier als elders verscheidenemale vurige verschynsels.

De publicatie bevat een ‘toe-zang’ of vers, waarin de dichter, geïnspireerd door de vuurbol, de spot drijft met bijgeloof. Hier volgen de laatste drie coupletten van dat vers:

Wat Luchtverschynsel zag men niet
In stille Vredens dagen;
Hoe menig onverwagt verdriet
Kwam zonder voorboo plagen!
Of heeft men in den Sterrekring,
Toen Lissabon ten gronde ging 3,
Ook al voor af gelezen,
Wat ramp er stond te vrezen?

Nog nader ! toen het Oorlogsvuur
Onlangs Noord-Holland blaakte 4,
Zeg my, welk wonder der Natuur
Zulks vooraf kenbaar maakte!
Ach! Had gy toen zoo’n bol gezien,
Dan had de Landman kunnen vliën,
Dan konden dankb’re toonen,
Den Ramp-voorspeller lonen.

Neen! Zoekt geen nad’rend ongeval
Aan ’t Lucht-gewelf te lezen;
Maar dank den Schepper van ’t Heeläl
Voor ’t goede ons nog bewezen:
Toont dat gy braaf en eerlyk denkt;
Weest dapper als de nood u wenkt;
Zoo hoor’ GOD onze beede,
En schenke ’t Menschen VREDE!.

De verhandelingen in de artikelen geven een intrigerend inzicht in de beleving van de hemelverschijnselen die wetenschappelijk nog niet op dezelfde wijze doorgrond werden als vandaag de dag.

Voetnoten:

1 Meteorietdropping nabij Roquefort, Zuid-Frankrijk, 24 juli 1790
2 Meteorietenregen in L’Aigle, Normandië, 26 april 1803
3 op 1 november 1755 werd Lissabon vrijwel geheel verwoest door een aardbeving, gevolgd door brand en een tsunami.
4 Mogelijk bedoeld de (mislukte) Brits-Russische militaire invasie van Noord-Holland (1799) gericht tegen Frankrijk, waarvan de Bataafse Republiek een vazalstaat was.

Bronnen:
  • Aantekeningen Daniël Hermannus Beucker Andreae (uit Almanakken in Museum van Haren, Heerenveen);
  • Pastoor B. Doorenweerd, ‘Pastoraal Handboekje of verzameling van gedagten, waarneemingen en gebeurtenissen, dienstig voor eenen Harder der Gemeente’, blz. 371‑373;
  • Bruno Klappe, Schokker Erf 58, januari 2005;
  • De Haagsche Courant, 4 november 1805;
  • ‘Merkwaardig luchtverschijnsel, of vuurbol, welke op den avond van den 23sten october 1805 te Amsterdam, en op veele andere plaatsen is gezien geworden, en waar van duizende menschen ooggetuigen zijn geweest, Volume 1’, uitgever M. van Kolm, 1806, Koninklijke Bibliotheek.

 


Tekstbijdrage: Urijan Poerink