Berg op Vesta is bron van meteorieten

Op aarde worden relatief veel meteorieten gevonden die qua samenstelling op de grote planetoïde Vesta lijken. Wetenschappers vermoeden dat die meteorieten afkomstig zijn uit de directe omgeving van de meer dan twintig kilometer hoge berg die de NASA-ruimtesonde Dawn eerder dit jaar aan de zuidpool van Vesta heeft ontdekt. De berg is ontstaan door de ‘terugslag’ van een botsing met een kleiner object. Bij deze botsing ontstond ook een kolossaal inslagbekken, en werden ontelbare brokstukjes van Vesta de ruimte in geblazen. Waarschijnlijk zijn de Vesta-meteorieten die op aarde worden aangetroffen bij deze ene gebeurtenis ontstaan. Als dat zo is, zouden de meteorieten qua samenstelling moeten lijken op het bodemmateriaal in de omgeving van de berg. Of dat inderdaad zo is, zal uit nader mineralogisch onderzoek met Dawn moeten blijken. Een andere manier om de bron van de Vesta-meteorieten te onderzoeken, is het vaststellen van de leeftijd van het grote inslagbekken op de planetoïde. Anders dan elders op Vesta zijn ter plaatse opvallend weinig kleinere kraters van latere datum te zien. Door dit aantal kraters te tellen, kan een schatting worden gemaakt van de leeftijd van het oppervlak. Als de leeftijd van het inslagbekken overeenkomt met de door radiometrische datering bepaalde leeftijd van de Vesta-meteorieten, zou dat een sterke aanwijzing zijn dat er een direct verband tussen beide bestaat.
Meer informatie: Space Mountain Produces Terrestrial Meteorites

bron: astronieuws.nl

Vuurbol 24 december 2011 was 3e trap van raket Andre Kuipers

De vuurbol die zaterdagavond 24 december in de vroege avond zichtbaar was aan de hemel was een deel van de raket waarmee Andre Kuipers naar de ISS gevlogen is. De 3e trap van de raket brengt de capsule met de bemanning in de ruimte waarna dit deel van de raket enkele dagen later in de atmosfeer verbrand. Dit was op 24 december vanuit Nederland zichtbaar.

USSTRATCOM Heeft de re-entry van de 3e trap bevestigd. (Met dank aan Marco Langbroek)

video’s en foto’s van de re-entry

Dat het verbranden van de 3e-trap van de Sojoez vanuit Nederland zichtbaar was is puur toeval. Gemiddeld worden er 12 sojoez raketten per jaar gelanceerd. Evenzoveel 3e trappen verbranden er dus in de dampkring. Het is echter zeer moeilijk te voorspellen waar en wanneer dit gebeurt. Normaal is pas ongeveer 2 uur voordat de re-entry plaatsvind duidelijk waar het evenement zichtbaar zal zijn. In veel gevallen is dit niet of moeilijk vanaf de Aarde te zien omdat het overdag gebeurt of omdat het op plaatsen gebeurt waar weinig mensen wonen.

Baangegevens en  voorspellingen van re-entry worden gedaan door USSTRATCOM

 

Sporadische meteoroïden hebben lange levensduur

Bron NU.NL – 21 december 2011

Meteoren (‘vallende sterren’) ontstaan wanneer kosmische stofdeeltjes (zogeheten meteoroïden) met hoge snelheid de aardse dampkring binnendringen en de luchtmoleculen aan het gloeien brengen.

Sommige komen in zwermen voor, zoals de Perseïden in augustus en de Geminiden in november; andere zijn ‘sporadisch’ – daarbij gaat het om kleine meteoroïden die in het centrale vlak van het zonnestelsel rond de zon bewegenen gezamenlijk de zodiakale stofwolk vormen, die onder gumstige omstandigheden en met speciale apparatuur vanaf het aardoppervlak waarneembaar is.

David Nesvorny van het Soutwest Research Institute in Boulder, Colorado, en Peter Jenniskens van het SETI-instituut in Mountain View, Californië, zijn erin geslaagd om enkele raadsels rond deze sporadische meteoroïden op te lossen.

Ze publiceren hun resultaten vandaag in The Astrophysical Journal. Om te beginnen volgt uit modelberekeningen dat verreweg de meeste sporadische meteoorstofjes met relatief geringe snelheid de dampkring moeten binnendringen, met als gevolg dat ze gewoon naar beneden dwarrelen en geen aanleiding geven tot zichtbare meteoren.

Maar radarwaarnemingen laten juist snel bewegende meteoroïden zien. Nesvorny en Jenniskens hebben nu ontdekt waarom de radarwaarnemingen extra gevoelig zijn voor de (relatief zeldzame) snel bewegende sporadische meteoroïden.

Kleiner

Een ander raadsel is dat de radarwaarnemingen nauwelijks verschil zien in het gedrag van stofjes kleiner dan een tiende millimeter en stofdeeltjes van ca. één millimeter in middellijn: beide soorten meteoroïden dringen even ver en met dezelfde snelheid in de dampkring door, terwijl je zou verwachten dat de grotere deeltjes meer wrijving ondervinden en daardoor sneller verdampen.

Volgens de twee astronomen is dat het gevolg van het feit dat de sporadische meteoroïden minder poreus zijn dan de stofdeeltjes die verantwoordelijk zijn voor de jaarlijkse meteorenzwermen.

Die laatste zijn afkomstig van kometen, zijn zeer poreus en hebben afmetingen tot ca. één centimeter. Ze overleven gemiddeld niet langer dan een paar duizend jaar. De sporadische meteoroïden in de zodiakale stofwolk zijn volgens Nesvorny en Jenniskens kleiner en minder poreus, en hebben een levensduur van bijna honderdduizend jaar.

Voor die compactere deeltjes is er niet zo veel verschil in de snelheid waarmee ze tijdens de tocht door de aardatmosfeer verdampen.

Peter Jenniskens is lid van de Dutch Meteor Society (DMS)

Lyriden 2012

Za/Zo 21/22 april 2012

De Lyriden zijn deze nacht bij helder weer het best te bekijken. Het maximum valt in de ochtend van 22 april rond 7 uur. De radiant komt in de loop van de nacht steeds hoger, waardoor er in de nanacht onder gunstige omstandigheden zo’n 10 meteoren per uur kunnen verschijnen. De maan is nieuw en stoort niet. Bekijk de zwerm na middernacht.

Uitleg bij het diagram

Tijd

De tijd is verdeeld in periodes van een uur. De grenzen van deze intervallen zijn weergegeven in lokale tijd (MET of MEZT).

ZHR (Zenithal Hourly Rate) – grijze staven

Dit is het theoretische aantal meteoren die je zou kunnen zien onder ideale omstandigheden: er is dan geen enkel storend kunst- of maanlicht waardoor het compleet donker is. De zwakst zichtbare sterren zijn in dit ideale geval van magnitude 6,5. Het radiant staat in het zenit. Deze situatie komt in Nederland vrijwel nooit voor. Meestal zijn er dan ook minder meteoren te zien dan de ZHR aangeeft. In werkelijkheid kan het aantal meteoren heel anders uitpakken. Het is immers maar kansrekening. Elke meteoor verschijnt op een onverwacht moment op een onverwachte plek aan de hemel. Bovendien kan de activiteit van een zwerm van jaar tot jaar verschillen.

HR (Hourly Rate) – blauwe staven

Dit is het verwachte gemiddelde aantal meteoren voor elk uur dat je onder gunstige omstandigheden vanuit Nederland kunt zien. Bij de schatting hiervan is rekening gehouden met eventueel maanlicht en schemering, en de hoogte van de radiant. Er is aangenomen dat de zwakst zichtbare ster maximaal van magnitude 6,5 is (bij afwezigheid van de maan). Zijn de omstandigheden minder gunstig dan is het aantal vallende sterren minder. Dit kan komen door kunstlicht of bewolking. Ook een heiige of vochtige hemel zorgt ervoor dat er minder meteoren te zien zijn.

De Maan – Gele lijn

Deze lijn geeft de hoogte van de maan weer in graden boven de horizon. Bij 0 graden staat de maan ‘op’ de horizon (bij opkomst en ondergang). 90 graden staat voor het punt recht boven je hoofd (het zenit). De maan verlicht de hemel en haar aanwezigheid zorgt ervoor dat de zwakste meteoren niet te zien zijn. Zeker bij volle maan loopt het aantal sterk terug. Is de maan een sikkel of half verlicht dan valt dit effect mee.

De Zon – Oranje pijlen

Met deze pijlen zijn achtereenvolgens de tijdstippen van zonsondergang en zonsopkomst weergegeven.

Radiant – Groene lijn

Ook de hoogte van de radiant is een belangrijke factor voor het aantal zichtbare meteoren. De radiant is het punt aan de hemel waar de meteoren van een zwerm vandaan lijken te komen, als je de lijn terug doortrekt. Des te hoger de radiant aan de hemel staat, des te meer meteoren kunnen oplichten. Als het radiant zich niet boven de horizon bevindt, zijn er geen meteoren van die zwerm zichtbaar. Meteoren kunnen overigens aan de hele hemel verschijnen.