Waar moet je zijn voor internationale planetoïdedag?

Op 30 juni is het weer planetoïdedag, internationaal ook bekend als ‘asteroid day’. In 2016 werd deze dag door de VN uitgeroepen om speciaal stil te staan bij het feit dat natuurrampen niet alleen een aardse oorzaak kennen, maar dat er ook een dreiging uitgaat vanuit planetoïden in het zonnestelsel.

De internationale planetoïdedag valt bewust samen met de verjaardag van de grootste planetoïdeinslag in de recente geschiedenis: de luchtexplosie die in 1908 plaatsvond in Tunguska, Rusland. Wereldwijd worden er dit jaar weer diverse activiteiten georganiseerd waarop men deze dag aangrijpt om eens extra stil te staan bij planetoïden, risico’s van inslagen en meteorieten. Waar kun je dit jaar in Nederland terecht? Hieronder een overzicht van locaties die op Asteroidday.org officieel zijn aangemeld.

1. Amersfoort. Op de vooravond van planetoïdedag, op vrijdag 29 juni van 19:30 tot 22:00, organiseert Rob Walrecht samen met onderzoeker dr. Leo Kriegsman (Naturalis) in Amersfoort een avond met lezingen. Walrecht geeft in zijn verhaal een overzicht van het zonnestelsel, behandelt de evolutie ervan en vertelt over wat planetoïden zijn, en hoe ze ons kunnen bedreigen. Kriegsman praat over het onderzoek van meteorieten, wat ze ons kunnen leren over het vroege zonnestelsel, en hoe belangrijk ze waren voor het ontstaan van leven. Lees meer.

2. Delft. Op zaterdag 30 juni van 12:00 – 17:00 uur presenteert het Science Centre Delft samen met de TU Delft een speciaal programma rond planetoïdedag. Iedereen krijgt bij het Science Centre de kans om zich in te verdiepen in planetoïden: volg bijvoorbeeld een lezing, mini-college of rondleiding, die informatie geven over planetoïden en de ruimte. Ook de workshops hebben allemaal een ruimtetintje. Maak een sterrenkijker, een meteorietensieraad of glinsterend galaxy-slijm. Lees meer.

3. Groningen. Op zaterdag 30 juni is er van 16:00-18:30 een speciale pubquiz ter gelegenheid van planetoïdedag in DOT, in de stad Groningen. De vragen worden gevolgd door een educatieve PowerPoint met antwoorden en toelichting. Daarnaast zal er een meteoriet tentoongesteld worden. Lees meer.

Naast deze evenementen is er nog een schrijfproject in Rotterdam dat tot volgend jaar doorloopt. Duidelijk is dat er in Nederland een schaars aantal activiteiten worden ondernomen (al is het meer dan in omliggende landen), dus dat biedt mogelijkheden voor groei voor volgend jaar.

Lees verder:

Meteorieten en de zoektocht naar leven op Mars

Door: Arjen Boosman.

Onderzoek naar organische stoffen (koolstofhoudende verbindingen) is van belang voor verschillende grote vraagstukken binnen de wetenschap. Hoe is het leven op aarde ontstaan? Waar komen vluchtige stoffen op aarde en planeten vandaan? En hoe ziet de koolstofcyclus eruit op andere lichamen in het zonnestelsel? Dit zijn slechts een paar voorbeelden van ingewikkelde vraagstukken waarin organische stoffen een rol in spelen.

Meteorieten zijn een zeer waardevolle bron van informatie over het gedrag van organisch materiaal in de ruimte. Het zijn tenslotte tastbare studiematerialen van delen van (vroegere) planeten, planetoïden en ruimtestof. Voor het onderzoek naar organisch materiaal zijn vooral de zogenaamde koolstofchondrieten belangrijk. Dit zijn primitieve meteorieten met een zeer hoge hoeveelheid organisch materiaal. Tijdens het ontstaan van het zonnestelsel is niet al het stof uit de protoplanetaire schijf samengeklonterd om de planeten te vormen. Tijdens het ‘groeien’ van een planeet wordt het binnenste steeds warmer. Een deel van het stof is samengeklonterd tot relatief kleine objecten, waardoor deze niet zo sterk zijn opgewarmd en dus geen differentiatie heeft ondergaan. Differentiatie is het inwendige proces dat ervoor zorgt dat grote hemellichamen, bv. de aarde, Mars, en Venus, opgedeeld worden in een metalen kern en een mantel en korst van gesteente. Tijdens dit proces gaat veel informatie over de oorsprong van het planeetvormende materiaal verloren. Via verschillende soorten chondrieten, waaronder de koolstofchondrieten,  kunnen we dus eigenlijk monsters nemen van het zonnestelsel in zijn ontstaansfase.

Promotieonderzoek

In de ruimte vliegt er nog een heleboel van dit primitieve materiaal rond met een grote hoeveelheid organisch materiaal. Een grote hoeveelheid van dit materiaal komt jaarlijks op het oppervlak van planeten terecht. Over het effect dat dit organisch materiaal op de atmosfeer van planeten heeft, is eigenlijk maar heel weinig bekend. Tijdens mijn promotie bij het Instituut voor Marien en Atmosferisch onderzoek Utrecht (IMAU) en de Faculteit Geowetenschapen probeer ik deze effecten beter in kaart te brengen.

Dit willen we bereiken door meteorietmateriaal bloot te stellen aan bepaalde condities die we ook in de ruimte vinden. We gebruiken hiervoor een klein stukje van de Murchisonmeteoriet. Deze koolstofchondriet viel op 28 september 1969 in Australië, bij het plaatsje Murchison. Aangezien deze meteoriet al tijdens het vallen is geobserveerd, kon de meteoriet kort na de inslag worden geborgen. Hierdoor is de mate van besmetting met aards materiaal minimaal, en de meteoriet is daardoor uitermate geschikt voor wetenschappelijk onderzoek. Tijdens onze experimenten wordt het stukje meteoriet verpulverd tot een fijnkorellig poeder en blootgesteld een hoge dosis UV-straling. We meten vervolgens welke vluchtige stoffen, en hoeveel hiervan, het meteorietpoeder afgeeft en proberen daarmee te beredeneren welke effecten dit heeft op de atmosfeer van een planeet.

Murchisonpoeder. Versgemalen koolstofchondriet, klaar voor een UV-bestralingsexperiment. Foto: Arjen Boosman.

Interesse in Mars

In het bijzonder zijn we geïnteresseerd in de atmosfeer van Mars. Onderzoek met satellieten en robotkarretjes heeft aangetoond dat er een zeer kleine hoeveelheid methaan in de Marsatmosfeer zit. Aangezien methaan in de atmosfeer van Mars snel afbreekt door reactieve stoffen in de atmosfeer en UV-straling, moet het dus constant geproduceerd worden om nog altijd meetbaar te zijn. Op aarde wordt zo’n 90% van het methaan geproduceerd door micro-organismen die bijvoorbeeld in rijstvelden, moerassen, en in de maag van herkauwers leven. De ontdekking van methaan leidde daardoor tot veel vragen bij wetenschappers, want niemand weet precies hoe het methaan op Mars precies wordt gevormd. Eén van de manieren om zonder de tussenkomst van leven methaan te vormen is via de fotodegradatie van organisch materiaal.

Experimenteren met fotodegradatie

Fotodegradatie betekent letterlijk ‘afbreken met licht’. Door blootstelling aan UV-straling kan het organisch materiaal uit meteorieten dat op Mars terechtkomt (het gaat hier om enkele tot tientallen miljoenen kilo’s aan meteorieten en ruimtestof per jaar) afbreken, waarbij onder andere methaan vrijkomt. Andere stoffen die we kunnen detecteren uit meteorieten, en dus interessant zijn voor de koolstofkringloop op Mars, zijn o.a. koolstofdioxide, methanol en aceton.

Marsmethaan. Een aantal mogelijke bronnen van methaan op Mars. Foto: NASA

Er moet nog veel onderzoek gedaan worden naar de invloed die meteorieten hebben op de atmosfeer van Mars en andere planeten. Het lijkt erop dat de hoeveelheid methaan die we kunnen produceren via fotodegradatie niet genoeg is om de hoeveelheid methaan in de atmosfeer te verklaren. Onderzoek moet daarom nog aantonen hoe groot de andere bronnen voor methaan zijn. In toekomstig onderzoek naar de atmosfeer van Mars, door bijvoorbeeld de Europese Trace Gas Orbiter, kan met behulp van de isotopen in methaanmoleculen onderzocht worden wat de herkomst is van het gevonden methaan. Zo hopen we in de toekomst een beter beeld te krijgen van de koolstofkringloop en de oorsprong van methaan op Mars.

 


Arjen Boosman is promovendus aan de Universiteit Utrecht en werkt aan het onderzoeksproject ‘Life cycle of meteoritic carbon on planetary bodies with focus on Mars’.

Meteoorrook zorgt weer voor lichtende nachtwolken

Ze zijn dit seizoen weer door verschillende waarnemers gesignaleerd: de mooie lichtende nachtwolken of ‘noctilucent clouds’ (NLCs). Het verschijnsel ontstaat door fijnstof hoog in de atmosfeer dat onder meer afkomstig is van meteoren.

Lichtende nachtwolken zijn geen gewone wolken, maar wolken van vooral klein ijskristallen op 75 tot 85 kilometer hoogte, dicht bij de ‘rand’ van de dampkring. Lichtende nachtwolken komen alleen voor tussen eind mei en half augustus in de uren na zonsondergang of voor zonsopkomst. Ze zijn dan een paar uur lang aan de noordelijk hemel zichtbaar. Het is een vrij zeldzaam verschijnsel dat onregelmatig optreedt en in sterkte varieert. Je moet dus wat geluk hebben om ze te zien.

Lichtende Nachtwolken (NLCs). Gefotografeerd door Roy Keeris vanuit Zeist op 18 juni 2018.

Buitenaardse invloeden

De herkomst van deze wolken moet gezocht worden in minuscule stofdeeltjes die deels een kosmische oosprong hebben, want op een hoogte van 70-100 km verbranden ook de meeste meteoroïden die de dampkring binnendringen. De ‘meteoorrook’ op deze hoogte bestaat uit minuscule deeltjes van 20-70 nm die te klein zijn om zichtbaar te zijn, maar ze fungeren als condensatiekernen waarop zich onder bepaalde omstandigheden bij een temperatuur tussen -90 en -145 °C ijskristalletjes vormen. Ook asdeeltjes na grote vulkaanuitbarstingen kunnen bijdragen aan de lichtende nachtwolken. Dankzij het fijnstof ontstaan ijle ijswolken op een gemiddelde hoogte rond de 85 kilometer.

Wij kunnen die ijle ijswolken alleen ’s nachts zien (doorgaans tussen 23:00-03:00 plaatselijke tijd), als ze zich boven de noordelijke horizon bevinden en de zon niet ver onder de horizon staat, zo’n slechts 6°-16°. Onder deze omstandigheden is de geometrie geschikt om de wolken aan te lichten. Lichtende nachtwolken zie je overigens het beste vanaf noordelijk breedtegraden (50°-65° NB), onder de 50° zijn ze slecht zichtbaar.

Lichtende Nachtwolken (NLCs). Gefotografeerd door Urijan Poerink vanuit Vught gemaakt op 21 juni 2006.

Hoe herken je ze?

Lichtende nachtwolken zijn goed te onderscheiden van gewone wolken. Gewone wolken komen niet hoger dan zo’n 15 kilometer en worden ‘s nachts niet door de zon verlicht en blijven grijsgrauw of geheel donker. Lichtende nachtwolken zijn scherper getekend dan bijvoorbeeld cirruswolken en vertonen een zilverachtige glans en kunnen wit of lichtblauw zijn. De wolkenslierten hebben een ribbel- of vezelstructuur en zijn dusdanig ijl dat zelfs heldere sterren door de wolken heen zichtbaar zijn. Binnen korte tijd kunnen de nachtwolken ook van vorm veranderen, aangezien er op die grote hoogte sterke luchtstromingen voorkomen.

Meer lezen:


Teksbijdrage: Urijan Poerink

Gloednieuwe flyer

Sinds kort heeft de Werkgroep Meteoren een gloednieuwe flyer. De flyer bevat korte en bondige informatie over meteoren, vuurbollen en meteorieten en het vertelt je hoe je meteoren kunt waarnemen. Je kunt er zelfs actief mee aan de slag, want de flyer bevat óók een speciaal sterrenkaartje waarmee je komende zomer meteoren kunt intekenen. Ideaal, want dit jaar wordt een goed Perseïdenjaar!

Wil je een aantal examplaren ontvangen voor op jouw sterrenwacht, vereniging of om aan vrienden uit te delen? Stuur het bestuur een bericht met je verzoek, dan sturen wij je zo snel mogelijk een aantal examplaren toe!

Benieuwd naar de inhoud van de nieuwe flyer? Vraag een aantal exemplaren op en deel ze uit bij jou op de sterrenwacht, vereniging of in je vriendenkring. Afmeting: 15×15 cm.

De ‘Foo Fighters’ vuurbol van 16 juni

Op zaterdagavond 16 juni verscheen een vuurbol omstreeks 23:11 in de diepe schemering. De vuurbol was een extra opvallende verschijning omdat van de bolide tijdens het optreden van de Foo Fighters langs Pinkpop scheerde.

Rond 23:11 trad een meteoroïde de atmosfeer boven België binnen die op spectaculaire wijze uiteenbrak tijdens zijn korte vlucht door de atmosfeer. Zo’n 200 ooggetuigen hebben inmiddels via het internationale vuurbolmeldpunt hun waarneming doorgegeven.  Uit de automatische analyse van deze waarnemingen blijkt dat de vuurbol ruwweg van zuidoost naar noordwest over de Belgische Ardennen trok en in de buurt van de Belgische stad Luik uitdoofde.

Heatmap van vuurbolmeldingen. Na de verschijning van de ‘Foo Fighters vuurbol’ zijn er bij het internationale vuurbolmeldpunt al zo’n 200 meldingen binnengekomen,  een groot deel daarvan kwam binnen via de website van de Werkgroep Meteoren.

 

Verschillende meteoorwaarnemers gaven in de dagen na de vuurbol toelichting in de media over de vuurbol. Zondag berichtte o.a. RTL Nieuws en NOS over de vuurbol en maandag maakte EditieNL een kort exposé. Wat de heldere meteoor extra markant maakte, was de verschijning tijdens het optreden van de Foo Fighters op Pinkpop in Limburg. Op de heatmap van de waarnemingen is deze locatie ook duidelijk te zien (zie het bovenstaande kaartje).

De vuurbol tijdens het optreden van de Foo Fighters op Pinkpop

Tweets en beelden van de vuurbol

De Duitse astronoom Uwe Reichert fotografeerde de vuurbol naast de maan en planeet Venus, een goede illustratie dat we over een vuurbol mogen spreken aangezien de vuurbol helderder is dan de planeet Venus.

 

In zijn opname van Reichert zijn ook details van de fragmentatie zichtbaar, wat een opsplitsing lijkt te zijn in een viertal fragmenten.

 

De vuurbol verscheen in de schermering nog voordat veel meteoren- en vuurbolcamera’s actief waren. Meteoorwaarnemer Marco Langbroek bepaalde daarom op basis van twee beschikbare foto’s een ruwe locatie van de vuurbol.